zondag, juni 06, 2010

Grunberg sprak


Gisteren trad Arnon Grunberg in het kader van de 10e editie van de Haarlemse Stripdagen op in de stampvolle Doelenzaal van de Stadsbibliotheek met een lezing over de autobiografische strip. Hij vertelde een typisch Grunberg-verhaal met het nodige Droste-effect. Zijn stelling is dat het autobiografische bij beeldverhalen altijd een bepaalde 'schattigheid' blijft houden: volgens Grunberg een belangrijk kenmerk van de autobiografische strip. Grunberg illustreert dit o.a. aan de hand van het werk van Barbara Stok en een interview met Stok over autobiografische strips in NRC door Ron Rijghard.
Het volgende citaat uit het interview over de borsten van Stok is volgens Grunberg typerend en doet hem 'glimlachen':
"Ook Stok is voorzichtig. Een intiem, want lichamelijk stripje in 'Dan maak je maar zin' is die over haar ‘tietjes’, als haar personage grote borsten op tv becommentarieert en zegt dat ze onzeker zou zijn als ze nu jong was. Haar man Ricky complimenteert haar vervolgens met haar verfijnde, subtiele borsten. In de strip doet het figuurtje haar shirt omhoog, maar in het echte leven houdt Stok snel een boek voor haar lichaam als ik het stripje ter sprake breng. Terwijl ze toch echt decent gekleed is. „Normaal heb ik het niet met andere mannen over mijn borsten.” 
Niet alle strips zijn volgens Grunberg 'schattig'. Kuifje bijvoorbeeld vind hij helemaal niet schattig omdat de beroemde stripheld van Hergé van een andere planeet is. Tussen de autobiografische Graphic Novels die Grunberg heeft gelezen is hij er ook een aantal auteurs tegengekomen die het schattigheidseffect hebben weten te ontlopen zoals Dominique Goblet en Ulli Lust (Heute ist der letzte Tag vom Rest deines Lebens). Grunberg zoomt in zijn betoog op typisch Grunbergiaanse manier op allerlei manieren op het werk van deze auteurs in. Hij draait eindeloos om zijn thema heen zonder dat je er achter komt wat Grunberg er nu werkelijk van vindt. Hij bespreekt het volgens hem bedriegelijke aspect 'waarheidsvinding' bij autobiografieën en stelt dat je de auteur eigenlijk alleen werkelijk kunt leren kennen via zijn of haar romans omdat auteurs zich daar veel minder laten remmen: fictie komt daarmee veel dichter bij de auteur dan nonfictie. Zijn betoog over de autobiografische aspecten van fictie versus nonfictie is virtuoos maar ook duizelingwekkend en valt hier lastig terug te halen. Ik hoop dat ik het in ieder geval nog eens ergens kan teruglezen. 
Eén ding werd me gisteren in ieder geval wel duidelijk: Grunberg laat zich niet gemakkelijk kennen. Hij neemt een soort van pseudo-neutraal standpunt in ten opzichte van het onderwerp Graphic Novel wat hij nog eens onderstreept met z'n antwoorden op vragen uit de zaal: "Was u verbaasd toen u werd gevraagd om een lezing te geven over dit onderwerp?", Grunberg antwoordt: "Ten zeerste" en "Ik ben slechts een leek". 
Wat Grunberg werkelijk vindt kom je in z'n nonfictie niet te weten daarvoor zul je z'n romans moeten lezen.
Reblog this post [with Zemanta]