Wereldwijd samenwerken in de wereld van Wikinomics
Weer een nog niet eerder geposte publicatie uit mijn oude doos. Ditmaal een recensie van Web2.0 standaardwerk 'Wikinomics' van Don Tapscott en Anthony D. Williams dat eerder verscheen in //Collectie 2008 nr. 3
Wereldwijd samenwerken in de wereld van Wikinomics
Hoe toekomstbestendig is de huidige wijze van samenwerking binnen de bibliotheken? Jan Klerk liet zich overtuigen door de auteurs van ‘Wikinomics’: de bibliotheken hebben een nieuwe vorm van samenwerking nodig.
‘Wikinomics’ is in bibliotheekkringen nauwelijks opgemerkt, maar je kunt het gerust als verplichte vakliteratuur beschouwen. Don Tapscott & Anthony D. Williams schreven het in 2006, vorig jaar verscheen de Nederlandse vertaling bij Business Contact. Het boek is niet alleen interessant voor de diehard 'tweepuntnuller', maar voor iedereen die is geïnteresseerd in ontwikkelingen die fundamenteel ingrijpen op kennisintensieve organisaties. Centraal staan de nieuwe vormen van samenwerking die zich dankzij internet wereldwijd manifesteren. Het bekendste voorbeeld is de niet meer weg te denken online encyclopedie Wikipedia, waaraan het boek deels ook z'n titel ontleent. Bibliotheken zouden veel baat kunnen hebben bij de in het boek beschreven vormen van samenwerking.
Win-win
Samenwerking is niets nieuws. Het is misschien zelfs één van de meest gebruikte woorden in de beleidsstukken van openbare bibliotheken. Doorgaans hebben we het dan over samenwerking met lokale culturele of educatieve organisaties op gezamenlijke projecten. Verder zijn we allemaal bekend met vormen van bovenlokale samenwerking tussen bibliotheken op specifieke thema's die meestal regionaal zijn georganiseerd. Bij dit soort samenwerking hebben we het vaak over 'win-win', is er sprake van een vergelijkbaar belang en in een enkel geval maakt de openbare bibliotheek deel uit van een vorm van ketensamenwerking. In dat geval leveren de samenwerkingspartners ieder een onderscheiden bijdrage aan de keten die zonder die verschillende individuele bijdragen niet kan functioneren. De samenwerking vindt dan tussen de professionals van de verschillende organisaties plaats die als individuele entiteiten niet ter discussie staan. Maar al te vaak blijft de samenwerking na enthousiast uitgesproken intenties hangen in praten over samenwerking.
In ‘Wikinomics’ gaat het over een geheel nieuwe vorm van samenwerking. Samenwerking die zich niet lokaal manifesteert maar op veel grotere en soms zelfs wereldwijde schaal. Het onderscheid tussen de professional en de amateur valt bij Tapscott en Williams regelmatig weg. Die nieuwe rol voor de “amateur” wordt door professionals met de nodige argwaan bekeken en door sommigen zoals web2.0 criticaster Andrew Keen zelfs als rampzalig beschreven. Het grote voorbeeld Wikipedia laat echter zien dat de web2.0-encyclopedie over een groot zelfreinigend vermogen beschikt en zich ondanks vele sabotagepogingen steeds weer snel weet te herstellen. Wikipedia bewijst dat samenwerking op hoog niveau en op deze schaal werkelijk mogelijk is.
Concurrentieprincipes
Dat internet veel heeft veranderd is een open deur. Dankzij internet is het veel gemakkelijker geworden om vraag en aanbod efficiënt bij elkaar te brengen, zoals Chris Anderson heeft beschreven in the 'Long Tail’. De wetten op het gebied van zoeken naar en vinden van informatie op het internet zijn fundamenteel veranderd, beschreef David Weinberger in het in //Collectie nr.1 besproken boek 'Everything is miscellaneous'. Tapscott en Williams beschrijven in ‘Wikinomics’ hoe 'Web2.0' (het sociale web) fundamentele veranderingen veroorzaakt op het gebied van samenwerking, veranderingen die diep ingrijpen op organisatieculturen en -structuren.
De auteurs onderscheiden bij deze ontwikkelingen vier nieuwe concurrentieprincipes waarlangs de nieuwe samenwerking zich voltrekt: openheid, peering, uitwisseling en wereldwijd handelen, die er alle vier toe leiden dat er meer waarde wordt gecreëerd.
Met openheid bedoelen de auteurs bijvoorbeeld openheid over de doelen en motieven van je organisatie, over broncodes van ontwikkelde computerprogramma's, over innovatie en bedrijfsstandaarden, alles samengevat onder de noemer bedrijfsspecifieke informatie. Bij 'peering' spelen ouderwetse hiërarchische bedrijfsprincipes nauwelijks een rol en wordt door verschillende organisaties en individuen horizontaal samengewerkt aan de productie van op informatie gebaseerde producten en diensten. De auteurs halen hierbij veelvuldig de ontwikkeling van het open source besturingssysteem 'Linux' aan.
Ouderwets
Bij uitwisseling gaat het volgens de auteurs over het belang van onbelemmerd uitwisselen van kennis en informatie tussen bedrijven en andere bedrijven, maar ook tussen bedrijven en individuele klanten. Ouderwetse regelingen op het gebied van bescherming van intellectueel eigendom "beperken de toegang tot de essentiële hulpmiddelen van de kenniseconomie" en "zorgen ervoor dat de echte mogelijkheden van door klanten aangestuurde innovatie en creativiteit die zouden kunnen leiden tot nieuwe bedrijfsmodellen en industrieën, worden geblokkeerd''. Dankzij deze ontwikkelingen op het gebied van uitwisseling ontstaan nieuwe vormen van bescherming van intellectueel eigendom zoals 'Creative Commons'.
Het vierde door de auteurs beschreven principe is 'wereldwijd handelen'. De auteurs beschrijven een nieuwe vorm van globalisering die ontstaat door "veranderingen op het gebied van samenwerking en de manier waarop bedrijven hun capaciteit om te innoveren en te produceren zullen benutten”. Hier wordt bedoeld dat bedrijven alleen succesvol kunnen zijn als ze op het gebied van innovatie steeds de grootst mogelijke schaal zoeken en optimaal gebruik maken van het nieuwe wereldwijde platform voor samenwerking dat dankzij internet is ontstaan.
‘Mashups’
De auteurs beschrijven vervolgens een zevental modellen van massale samenwerking die zich kunnen meten met traditionele bedrijfsstructuren. Voorbeelden zijn dan peering (bijvoorbeeld Wikipedia) en het ontstaan van marktplaatsen voor ideeën, uitvindingen en talenten die de auteurs ideeënagora's noemen. Of klantgestuurde vormen van innovatie die dankzij de prosumers (de nieuwe participerende en content genererende klant) kunnen ontstaan. Deze ontwikkelingsgemeenschappen worden beschreven in het hoofdstuk 'Platforms voor participatie'.
Bij Amazon.com kunnen bijvoorbeeld externe partners programma's ontwikkelen om "de databasegevens van Amazon te benutten, nieuwe soorten winkels of toepassingen aan Amazon.com toe te voegen en hun algemene bedrijfsprocessen met de Amazonsite te integreren." In deze wereld wordt frequent gebruik gemaakt van zogenaamde ‘Mashups' (internetapplicaties waar gegevens uit meerdere bronnen gecombineerd en gezamenlijk gepresenteerd worden).
‘Wikinomics’ en de bibliotheek
‘Wikinomics’ gaat vooral over het bedrijfsleven maar dat neemt niet weg dat ook de nonprofit-sector z'n voordeel kan doen met de in Wikinomics beschreven ontwikkelingen. Op pagina 43 staat een belangrijk citaat dat ook op onze bibliotheekwereld van toepassing is: "Om in deze nieuwe wereld te kunnen slagen is het onvoldoende, en zelfs antiproductief, om gewoon de huidige beleidsregels, managementstrategieën en scholingssystemen te intensiveren. Als bedrijven innovatief willen blijven, moeten ze inzicht krijgen in de verschuivingen die plaatsvinden en de nieuwe strategieagenda daaraan aanpassen. We moeten samenwerken of ten onder gaan, grens- , cultuur- , discipline- en bedrijfsoverschrijdend, en steeds vaker met grote groepen mensen tegelijk". Je kunt hier eenvoudig het woordje 'bedrijf' door 'bibliotheek' vervangen.
Toekomstbestendig
In mijn ogen kan er in de bibliotheekwereld veel worden geleerd van de in ‘Wikinomics’ beschreven ontwikkelingen. Het schaarse talent in bibliotheken is over heel Nederland verspreid en het kan bijvoorbeeld goed werken als die versnipperde talenten in de gelegenheid worden gesteld om gezamenlijk aan vernieuwing te werken. Daarbij kan veel worden geleerd van ontwikkelingen elders zoals bijvoorbeeld in de VS.
Wellicht zou je zelfs internationale ontwikkelteams kunnen samenstellen. De bibliotheeksector is echter zeer hiërarchisch geordend en concurrentie zoals in de economie speelt in de bibliotheekwereld nauwelijks een rol. Het proces van bibliotheekvernieuwing is op op ouderwetse principes gebaseerd en wordt topdown aangestuurd. De recentelijk opgezette 'Agenda voor de Toekomst' vraagt zelfs om nog meer centrale regie. Uit ‘Wikinomics’ valt te leren dat er nieuwe managementstrategieën nodig zijn en ook een nieuw type manager die de vier basisprincipes peering, openheid, uitwisseling en wereldwijd denken beheerst en stimuleert. Strategieën die je helaas slechts zeer beperkt terugvindt in de recente beleidstukken van de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Kortom in mijn ogen loopt de branche het risico dat de nieuwe uitgezette lijn van 'meer focus en regie' uiteindelijk contraproductief uitpakt.
In de lijn van Wikinomics gaat het uiteindelijk ook in de relatie tussen bibliotheek en bibliotheekgebruiker over waarde creëren. Anno 2008 zijn de producten en diensten van een bibliotheek nog steeds zelden het resultaat van één van de bovengenoemde vormen van samenwerking. Verder zijn deze producten en diensten meestal vanuit de bibliothecaris bedacht en is er vrijwel geen input van de gebruiker in verwerkt. In het licht van Wikinomics kun je derhalve de legitieme vraag stellen of deze producten en diensten voldoende waardevol zijn en relevant.
Bibliotheken hoeven niet lijdzaam de verandering te doorstaan. Het zou bijvoorbeeld wel eens een cruciale succesfactor kunnen zijn om de gebruiker zelf een rol te laten spelen bij doorontwikkeling van bestaande en ontwikkeling van nieuwe producten. Verder is er een nieuw type manager nodig die niet zozeer de eigen organisatie maar het overstijgend belang als uitgangspunt centraal stelt en in staat is om op een transparante manier leiding te geven. Ik ben er van overtuigd dat de door de auteurs beschreven nieuwe vormen van horizontale samenwerking in het geval van bibliotheken en vooral ook tussen bibliotheken en andere instellingen, tot nieuwe wegen en creatieve invalshoeken zullen leiden.
Don Tapscott, Anthony D. Williams ‘Wikinomics: hoe samenwerking door iedereen met iedereen alles verandert’ Amsterdam Business Contact 2007 ISBN 97890 4700 05 63
Andrew Keen ‘http://www.worldcat.org/title/-cultuur-hoe-internet-de-beschaving-ondermijnt/oclc/228280628&referer=brief_results: hoe internet de beschaving ondermijnt.’ Amsterdam Meulenhoff 2008
Foto: On My Desk by @Boetter

![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=084523ea-a06d-4598-975d-84ab45edd95b)
0 reacties:
Een reactie plaatsen