zaterdag, maart 28, 2009

De Weg naar Rome


Nicole stelt als kersverse kermishoudster de vraag of klanten van bibliotheken iets opschieten met al die Web2.0-activiteiten van bibliotheken.

Beter gezegd stelt ze 5 vragen:
  1. Hoe kan het, dat alle bibliotheken inmiddels web 2.0 cursussen hebben gevolgd, web 2.0 toepassingen op hun site hebben gezet, dat bibliothecarissen ineens omnipresent (bedankt Jan) (graag gedaan Nicole) op internet te vinden zijn en dat, als ik op een school kom, men altijd nog denkt dat de bibliotheek er is om boeken uit te lenen en verder niks.
  2. Hoe worden kinderen op scholen, volwassenen in buurtcentra en ouderen in de verzorgingsflats mediawijzer door onze aanwezigheid op web 2.0?
  3. Wat schieten onze klanten er nu eigenlijk mee op dat wij ons suf zitten te bloggen, twitteren, ningen, hyven en ga zo maar door?
  4. Hoeveel discussies worden verkeerd opgevat, hoeveel discussies eindigen in niets concreets en hoeveel discussies worden steeds opnieuw gevoerd?
  5. Wordt het tijd om paal en perk te stellen aan web 2.0 of is er een next level?
Voor mijn gevoel ligt dit eigenlijk niet zo heel ingewikkeld. Het gebruik van sociale netwerken staat immers nog in de kinderschoenen. Veel mensen staan weliswaar bij een sociaal netwerk geregistreerd maar zijn niet zo actief. In Nederland heeft dat denk ik ook te maken met het gebrek aan relevante functionaliteit in Hyves dat met ruim 8 miljoen gebruikers het grootste sociale netwerk in Nederland is. Maar dat schijnt te gaan veranderen. Ik hoorde bijvoorbeeld laatst dat Rabobank betaalfunctionaliteit wil koppelen aan Hyves. Iets wat ik overigens nog niet kon verifiëren op het web.

Sociale netwerken blijven doorgroeien als kool. Facebook is net de grens van 200 miljoen gebruikers gepasseerd en groeit op dit moment vooral het snelst onder de oudere leeftijdsgroepen.

Ik denk zomaar dat er in het komende jaar heel veel extra functionaliteit aan sociale netwerken zal worden toegevoegd en dat er een sterke integratie van algemene websites met sociale netwerken zal gaan plaatsvinden. Dat geeft Instituten de kans om een menselijk gezicht te trekken. Een instituut kan dan deïnstitutionaliseren tot een verzamelingen van toegewijde medewerkers met een persoonlijk gezicht. Klanten worden vervolgens vrienden. Toegepast op de bibliotheekwereld kan dit van de bibliotheek met al haar 4 miljoen klanten in Nederland een sterke community van bibliotheekvrienden maken.

Op dit moment worden er steeds meer bibliothecarissen actief in de sociale netwerken. Ook daar verkeren we nog maar in het prille begin van een nieuwe ontwikkeling. Bibliothecarissen communiceren nu nog vooral met elkaar en zeker nog niet met klanten. Die stap moet nog gezet worden. Kortom het is vrij logisch dat klanten hier geen weet van hebben.

Er moet ook nog wel wat gebeuren voordat bibliotheken een zinvolle rol kunnen gaan spelen in het verhogen van het mediawijsheidsgehalte van de burger. Bijvoorbeeld zorgen dat bibliothecarissen zelf mediawijs worden. Het enorme aantal bibliothecarissen dat de cursus 23Dingen heeft gevolgd of nu aan het volgen is bewijst dat we op de goede weg zijn. Wie van mensen mediawijze, culturele, democratische, participerende burgers wil maken zal vooral zelf een mediawijze, culturele, democratische participerende burger moeten zijn.

Dat discussies steeds opnieuw worden gevoerd is niet erg. Voor iedere nieuwe deelnemer in een sociaal netwerk is een discussie ook nieuw. Aan de early adaptors de opdracht om werkelijk nieuwe discussies op te starten. Dat discussies verkeerd worden opgevat lijkt me ook niet bijzonder. Conversaties in cyberspace onderscheiden zich wat dat betreft niet van de discussies op straat, of op het werk. Ik merk dagelijks op het werk dat de wereld van communicatiestoornissen aan elkaar hangt.

Waarom zouden we paal en perk moeten stellen aan Web2.0? Ik ervaar Web2.0 zelf als een enorme verrijking. Het is wel van het grootste belang dat je leert om het kaf van het koren te scheiden, je kunt in het fysieke leven immers ook niet met 1000 vrienden tegelijk converseren. Leren filteren is dus het devies. De '23Dingendoeners' hebben geleerd dat er voldoende tools voorhanden zijn om het relevante van het irrelevante te scheiden. Om die kennis ook daadwerkelijk toe te kunnen passen is een mentaliteitsverandering nodig. Een mentaliteitsverandering die van bibliothecarissen open, sociale, proactieve deelnemers aan de conversatie in sociale netwerken maakt. Een mentaliteitsverandering waardoor bibliothecarissen klanten als hun vrienden durven zien.


4 reacties:

Edwin Mijnsbergen zei

Sterk stuk Jan,

Op deze manier had ik er nog niet naar gekeken. Het klinkt allemaal erg plausibel en haalbaar. Dank!

Astrid zei

Ja bedankt Jan, ik had net even dit duwtje nodig om zelf m'n reactie te vormen.

Nicole zei

Mooi! Ik hou me in met een reactie, maar met moeite. Uiteraard wacht ik daarmee tot na de deadline ;))

(Oja,,, Facebook daar zou ik ook nog..)
groetjes,
Nicole

sonar71 zei

Nagels met koppen. Huidige fase: kennismaking met mogelijkheden van web 2.0, volgende fase: nuttige applicaties eruit filteren! en web 2.0 denken. Kritiek: Ik wil geen vriendje worden met de bib, ik wil er vooral op mijn tijdstip terecht kunnen voor objectieve informatie en een breed gamma aan ontspanning. Filo-dwaling: Web 2.0 is opensource en uni-level maar impliceert ook de drang naar goeroes binnen een omgeving van gelijkgestemden en dus een minimale hiërarchie?