Artikel 5: Is er nog toekomst voor de catalogus 2.0?
Dit artikel is eerder verschenen in Bibliotheekblad 2008/24)
Is er nog toekomst voor de Catalogus 2.0?
In de afgelopen twintig jaar is de bibliotheekcatalogus qua vorm maar vooral qua betekenis sterk veranderd. We praten inmiddels over Catalogus 2.0, maar hoe 2.0 is die Catalogus 2.0 eigenlijk? En heeft de catalogus überhaupt nog wel toekomst?Bibliotheken zijn sinds mensenheugenis de poort tot kennis en informatie, daar kan geen misverstand over bestaan. De bibliotheek was daarbij eigenlijk een monopolist pur sang in een wereld van schaarse informatie. Wie afhankelijk was van kennis en informatie kon niet om de bibliotheek heen. De bibliotheekcatalogus vertegenwoordigde bij uitstek deze poortfunctie, immers, om te vinden wat je zocht had je de catalogus nodig en dat zoeken in de catalogus was daarmee een buitengewoon nuttige en betekenisvolle actie.
Om de huidige ontwikkelingen beter te kunnen begrijpen is het handig om ze in historisch perspectief te zien. Tussen het einde van de kaartcatalogi in de jaren 80 van de vorige eeuw en de opkomst van de huidige generatie netwerkcatalogi op internet, ligt slechts een periode van twintig jaar. In die periode is steeds meer kennis en informatie beschikbaar gekomen waarbij je rustig kunt stellen dat het grootste deel van die beschikbare kennis en informatie niet langer in de bibliotheken is te vinden maar daarbuiten. Het zoeken naar informatie vindt daarmee ook steeds minder plaats in de bibliotheek zelf maar steeds meer thuis met Google als startpunt. Toch vinden er nog steeds interessante ontwikkelingen plaats rondom die 'goeie oude' catalogus. Onder het het thema Catalogus 2.0 organiseerde FOBID onlangs zelfs nog een heel congres over de laatste ontwikkelingen op catalogusgebied.
Nationale bibliotheekcatalogus
Openbare bibliotheken hebben nog steeds grote ambities met de bibliotheekcatalogus. In Bibliotheekblad 22/23 formuleerde Bibliotheek.nl (interim) voorman Peter van Eijk deze ambitie als volgt:
"In 2012 moeten er één catalogus zijn en één gezamenlijke bibliotheekportal: mijnbibliotheek.nl. Daarop krijgen mensen hun eigen gepersonaliseerde pagina, één zoekfunctie voor álle collecties en de mogelijkheid om widgets aan te maken op bijvoorbeeld Hyves".
Het is opvallend dat het woord catalogus hier plaats heeft gemaakt voor het woord zoekfunctie. De ambitie van de VOB geeft ook mooi aan dat het gedachtengoed van Chris Anderson zoals hij dat heeft beschreven in zijn boek The Long Tail in de bibliotheekwereld is aangeslagen. Zoeken in een catalogus die slechts toegang biedt tot je eigen bibliotheek heeft in het licht van de Long tail steeds minder betekenis. Vanuit het perspectief van de door Google verwende klant, is slechts het grootst mogelijke aanbod van bibliotheekmaterialen nog relevant.
Sinds de grootschalige implementatie van de landelijke reserveerdienst Zoek&Boek en het uitzicht op mogelijke aansluiting op het bezit van de UKB-bibliotheken lijkt het realiseren van de Long Tail van bibliotheekmaterialen of in andere woorden "De Collectie Nederland" nog slechts een kwestie van tijd. Ondertussen wordt er op het op dit moment grootste discussieplatform voor bibliotheken, de Ning-community Bibliotheek 2.0, verwoed gediscussieerd over hoe die gezamenlijke landelijke bibliotheekcatalogus er uit zou moeten zien.
Die discussie gaat nu nog vooral over het creëren van een zo groot mogelijk aanbod en de manier waarop burgers daarvan gebruik zouden kunnen maken. Dat is mooi maar daarmee zijn we er nog niet. Als mensen willen vinden wat ze zoeken moeten ze ook weten wat ze willen zoeken. Mensen zijn daarvoor sterk afhankelijk van aanbevelingen. Aanbevelingen die op heel veel verschillende manieren georganiseerd kunnen worden. Dat kan de bibliothecaris verzorgen in de bibliotheek of op de website van de bibliotheek maar dat kan ook volautomatisch worden gegenereerd op basis van je aankoop- of leengedrag zoals bijvoorbeeld bij Amazon.com en bij onze eigen Muziekweb gebeurt. Maar je kunt je ook laten inspireren door wat gewone mensen van een boek, cd of dvd vinden.
Catalogus 2.0
De catalogus die deze functionaliteit wat mij betreft het mooist heeft geïntegreerd is Librarything. Librarything is weliswaar 100% 2.0 maar is eigenlijk geen bibliotheekcatalogus maar een sociaal netwerk van boekenliefhebbers. Librarything biedt mensen het digitaal instrumentarium om hun eigen boekencollecties te catalogiseren in de Librarythingomgeving en biedt tevens de web2.0-communicatiemiddelen om die collectie op allerlei manieren te delen met andere Librarythinggebruikers. Helaas kan Librarything (nog) niet gebruikt worden als bibliotheekcatalogus maar er zijn al wel manieren om Librarything te integreren met de catalogus van de bibliotheek zoals met Librarything for Libraries en binnen Librarything zelf is het ook mogelijk om de titelbeschrijvingen van boeken te ontlenen aan de beschrijvingen die een aantal grote bibliotheekorganisaties beschikbaar stelt binnen Librarything.
Een groeiend aantal bibliotheken in de VS biedt klanten al langer de service om materialen in de catalogus van een recensie te voorzien, een rating te geven of er zelfbedachte trefwoorden in de vorm van tags aan toe te kennen. Bekende voorbeelden zijn de Darien Library waar Bibliotheek2.0 pioneer John Blyberg al enige jaren aan de zgn. SOPAC of Social OPAC sleutelt en de bibliotheek van Ann Arbor District die dankzij hun pro-actieve benadering veelvuldig het nieuws halen. Wat deze bibliotheken zo bijzonder maakt is niet zozeer het hoge gehalte aan technisch vernuft maar vooral de plezierige manier waarop klanten het gevoel krijgen persoonlijk van hoogwaardige attenderingen te worden voorzien. Deze bibliotheken geven hun klanten ook de gelegenheid om via allerlei manieren feedback te geven op de service. Techniek wordt hier bijzonder slim ingezet en is werkelijk dienend aan de algeheel hoogwaardige en persoonlijke service. Hartstikke Bibliotheek 2.0 dus.
De catalogus die deze functionaliteit wat mij betreft het mooist heeft geïntegreerd is Librarything. Librarything is weliswaar 100% 2.0 maar is eigenlijk geen bibliotheekcatalogus maar een sociaal netwerk van boekenliefhebbers. Librarything biedt mensen het digitaal instrumentarium om hun eigen boekencollecties te catalogiseren in de Librarythingomgeving en biedt tevens de web2.0-communicatiemiddelen om die collectie op allerlei manieren te delen met andere Librarythinggebruikers. Helaas kan Librarything (nog) niet gebruikt worden als bibliotheekcatalogus maar er zijn al wel manieren om Librarything te integreren met de catalogus van de bibliotheek zoals met Librarything for Libraries en binnen Librarything zelf is het ook mogelijk om de titelbeschrijvingen van boeken te ontlenen aan de beschrijvingen die een aantal grote bibliotheekorganisaties beschikbaar stelt binnen Librarything.
Een groeiend aantal bibliotheken in de VS biedt klanten al langer de service om materialen in de catalogus van een recensie te voorzien, een rating te geven of er zelfbedachte trefwoorden in de vorm van tags aan toe te kennen. Bekende voorbeelden zijn de Darien Library waar Bibliotheek2.0 pioneer John Blyberg al enige jaren aan de zgn. SOPAC of Social OPAC sleutelt en de bibliotheek van Ann Arbor District die dankzij hun pro-actieve benadering veelvuldig het nieuws halen. Wat deze bibliotheken zo bijzonder maakt is niet zozeer het hoge gehalte aan technisch vernuft maar vooral de plezierige manier waarop klanten het gevoel krijgen persoonlijk van hoogwaardige attenderingen te worden voorzien. Deze bibliotheken geven hun klanten ook de gelegenheid om via allerlei manieren feedback te geven op de service. Techniek wordt hier bijzonder slim ingezet en is werkelijk dienend aan de algeheel hoogwaardige en persoonlijke service. Hartstikke Bibliotheek 2.0 dus.
Ondertussen hebben de bouwers van de bekende reguliere bibliotheeksystemen ook niet stilgezeten. Ook zij proberen web2.0 functionaliteit in te bouwen in hun bibliotheekpakket maar tot nu toe vind ik het in de praktijk niet veel meer dan een kunstje dat niet werkelijk bijdraagt tot betere service of verbetering van de vindbaarheid en beschikbaarheid van materialen. De VUBIS-smart catalogus biedt bijvoorbeeld tegenwoordig ook de mogelijkheid om je mening over een boek te geven of een waardeoordeel te vellen in de vorm van een rating op een schaal van 10 (zie helemaal onderaan het Vubisscherm). Functionaliteiten die de vindbaarheid van de materialen in de catalogus helaas nog niet vergroten. Niet zo 2.0 dus.
De associatieve én federatieve zoekmachine Aquabrowser, die in steeds meer bibliotheken de functie van de catalogus gaat overnemen, gaat iets verder met de MyDiscoveries-dienst. Ook hier kunnen gebruikers een rating geven aan een boek en tags toevoegen aan titels en allerlei lijstjes maken die gedeeld kunnen worden met andere gebruikers. Fabrikant Medialab belooft in dit geval overigens dat de toegevoegde tags en lijsten daadwerkelijk bijdragen aan de vindbaarheid van materialen door andere gebruikers.
Toekomst
Kortom, de komst van internet heeft er voor gezorgd dat mensen steeds minder afhankelijk zijn van instituten wat betreft het zoeken naar en vinden van kennis en informatie. De laatste paar jaar zie je dat informatieuitwisseling over media in toenemende mate plaatsvindt binnen de sociale netwerken zoals Ning, Hyves of Facebook of via MSN. Ook via weblogs en Twitter worden driftig lees-, luister-, en kijktips uitgewisseld. Kortom er ontstaan steeds meer en steeds meer verschillende interactieve informatiestromen tussen de zoekintentie en de uiteindelijke vondst. Dat betekent dat ouderwetse separate bibliotheekcatalogi, ook al zijn ze technisch nog zo vernuftig, binnenkort nauwelijks nog relevant zijn.
De grote uitdaging voor bibliotheken is om in de toekomst het ontsluiten van kennis en informatie zo dicht mogelijk op het zoekproces van gebruikers te organiseren. In die sfeer gaat een catalogus meer als een aan de zoekmachine gekoppeld interactief internetfilter functioneren dat je vlak achter de zoekvraag plaatst. De zoeker zou in dat geval al in een vroeg stadium van zijn zoekproces met relevante uit de bibliotheekomgeving gegenereerde resultaten en aanbevelingen geconfronteerd worden. Die resultaten leiden dan ook nog eens via een paar muisklikken tot beschikbaarstelling via mediawinkel of bibliotheek. Technisch liggen hier eigenlijk geen belemmeringen meer maar onze brancheorganisatie moet dan wel slagvaardig afspraken maken met de 'grote jongens' in informatieland.
Als het met die afspraken goed komt (en daar heb ik dankzij de inspanningen van Peter van Eijk het grootste vertrouwen in), zoekt de klant straks via iGoogle (=gepersonaliseerde Google) en vindt in de resultatenlijst direct op het persoonlijk profiel toegesneden persoonlijke aanbevelingen dankzij het aan Google gekoppelde wereldwijde bibliotheeksysteem. Daarmee betreden we feitelijk de wereld van het semantische web (Web3.0). Dit klinkt wellicht heel futuristisch maar op basis van de huidige ontwikkelingssnelheid van Google en de ontwikkelingen op het gebied van cloudcomputing ligt dat binnen handbereik.
Kortom de vraag is of die bibliotheekcatalogus het jaar 2012 eigenlijk wel haalt?
Kortom, de komst van internet heeft er voor gezorgd dat mensen steeds minder afhankelijk zijn van instituten wat betreft het zoeken naar en vinden van kennis en informatie. De laatste paar jaar zie je dat informatieuitwisseling over media in toenemende mate plaatsvindt binnen de sociale netwerken zoals Ning, Hyves of Facebook of via MSN. Ook via weblogs en Twitter worden driftig lees-, luister-, en kijktips uitgewisseld. Kortom er ontstaan steeds meer en steeds meer verschillende interactieve informatiestromen tussen de zoekintentie en de uiteindelijke vondst. Dat betekent dat ouderwetse separate bibliotheekcatalogi, ook al zijn ze technisch nog zo vernuftig, binnenkort nauwelijks nog relevant zijn.
De grote uitdaging voor bibliotheken is om in de toekomst het ontsluiten van kennis en informatie zo dicht mogelijk op het zoekproces van gebruikers te organiseren. In die sfeer gaat een catalogus meer als een aan de zoekmachine gekoppeld interactief internetfilter functioneren dat je vlak achter de zoekvraag plaatst. De zoeker zou in dat geval al in een vroeg stadium van zijn zoekproces met relevante uit de bibliotheekomgeving gegenereerde resultaten en aanbevelingen geconfronteerd worden. Die resultaten leiden dan ook nog eens via een paar muisklikken tot beschikbaarstelling via mediawinkel of bibliotheek. Technisch liggen hier eigenlijk geen belemmeringen meer maar onze brancheorganisatie moet dan wel slagvaardig afspraken maken met de 'grote jongens' in informatieland.
Als het met die afspraken goed komt (en daar heb ik dankzij de inspanningen van Peter van Eijk het grootste vertrouwen in), zoekt de klant straks via iGoogle (=gepersonaliseerde Google) en vindt in de resultatenlijst direct op het persoonlijk profiel toegesneden persoonlijke aanbevelingen dankzij het aan Google gekoppelde wereldwijde bibliotheeksysteem. Daarmee betreden we feitelijk de wereld van het semantische web (Web3.0). Dit klinkt wellicht heel futuristisch maar op basis van de huidige ontwikkelingssnelheid van Google en de ontwikkelingen op het gebied van cloudcomputing ligt dat binnen handbereik.
Kortom de vraag is of die bibliotheekcatalogus het jaar 2012 eigenlijk wel haalt?
Tags:
![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=5324125e-a376-4b41-9689-79193e3b6d85)
3 reacties:
Ja de bibliotheekcatalogus haalt 2012 wel. Maar of die dan nog relevant is moet je je ernstig afvragen.
Sinds de laatste aankondigingen omtrent auteursrecht van OCLC voor worldcat records -die weer bijgesteld wordt vanwege het tumult- moet bibliotheek nederland niet hun ziel en zaligheid in worldcat leggen maar een goede dienst leveren op basis van NCC + catalogi van alle OB's en waar mediatheken van scholen zo op aan kunnen sluiten. Daarbovenop een vlekkeloos functionerend IBL systeem.
En wat mij betreft is die IBL dab gratis voor leden.
@Wouter @wereldvansofie Op basis van de door de gezamenlijke bibliotheken vastgestelde informatiearchitectuur zou je moeten zeggen dat hét goed moet komen. Maar wát er goed moet komen is mij nog niet helemaal duidelijk.
Het verhaal van de NBD wat jij van Fons Bouthoorn gehoord hebt komt geloof ik nog het dichtst bij wat jij voor je ziet. Maar daar is geen enkele berichtgeving meer over geweest.
Een reactie plaatsen