Kermis voorbij: Bibliotheken in the Neutral Zone
De blogkermis is voorbij, kortom het is tijd voor de afrondende woorden. Mijn stelling voor deze ronde was:
"De nieuwe bibliotheek verschijnt aan de horizon terwijl de oude bibliotheek nu al door z'n hoeven zakt".
De stelling viel me in vanwege de identiteitscrisis waarin bekende vakinstituten zoals NVB, VOB en ook vakbladen als IP terecht lijken te zijn gekomen, de traditionele structuren zie je daar soms langzaam en soms ook snel verbrokkelen.
De aandacht verschuift naar de weblogs en naar een community als Bibliotheek2.0. Ik haalde hier het boek "We-Think" bij van Charles Leadbeater die dit beschrijft als het verschuiven in aandacht van de 'boulders' (=grote gevestigde instituten) naar de pebbles (=nieuwe kleinschalige web2.0-initiatieven) omdat de laatsten veel beter in staat zouden zijn om te profiteren van de schaalbaarheid van het internet. Vier bibliobloggers uit verschillende soorten bibliotheken namen de kermishandschoen op.
Marianne van der Heijden haalt in haar bijdrage een infokit over change management erbij van het Joint Information Systems Committee om de huidige overgang van oud naar nieuw bij bibliotheken te kunnen beschrijven als een periode van transitie in deNeutral Zone:
Transitie bestaat uit drie fasen: Endings (loslaten van het bekende) – Neutral Zone (exploratiefase tussen huidige en toekomstige staat) – New Beginnings (commitment en identificatie met het nieuwe).
Lijkt me een aardige beschrijving van de ontwikkeling die de bibliotheken doormaken. Zeker de onzekerheid en verwarring in de Neutral Zone is kenmerkend voor de huidige staat van veel bibliotheken (en bibliotheekmedewerkers).
Maar zoals iemand op de Academische boekconferentie zei:” Het paard is allang niet meer het belangrijkste vervoermiddel in de huidige maatschappij, maar toch zijn er meer paarden dan ooit te voor.”
Annemarie van Essen beschrijft in een positief, bijzonder vrouwelijke en sterk zelfrelativerende post hoe de traditionele en de nieuwe bibliotheek elkaar nodig hebben:
"Zolang we ervoor zorgen dat we bruggenbouwers hebben in de 'oude bibliotheek' die zorgen voor de brug richting 'nieuwe bibliotheek' kunnen we alleen maar ten dele door de hoeven zakken. Samen met de rest van de 'oude wereld' die met eenzelfde situatie te maken heeft."
Edwin Mijnsbergen is een stuk minder positief en heeft daadwerkelijk last van de boulders:
"In sommige borden voor hoofden krijg je met een moker nog geen barst. Ik verkeerde altijd in de veronderstelling dat de ontwikkelingen de mensen wel op de knieën zouden krijgen maar dat is een misvatting gebleken. Sommige instituten zijn niet alleen log, ze zijn ook nog eens van plaatbeton gemaakt".
Zijn oplossing is er een die ik herken bij meer jonge mensen om me heen. Wat je niet leuk vindt laat je gewoon links liggen: mooi beschreven in Rob Wijnberg's boekje Boeiuh! en met een iets andere lading in Edwins woorden:
"Stoppen met schoppen, niet strijden maar vermijden. Dat is het enige waar ik nu heil in zie. Als een site of een systeem waardeloos is gebruik ik het gewoon niet meer. Net als het grote publiek. Er zijn immers meer dan genoeg alternatieven beschikbaar. Lekker belangrijk".
Dymphie beschrijft in haar bijdrage dat wetenschappelijke bibliotheken de afgelopen jaren weliswaar veel nadruk hebben gelegd op de ontsluiting en gebruiksvriendelijkheid van digitale informatie maar dat ondanks al die inspanningen veel mensen juist minder informatie zijn gaan gebruiken:
"Daar sta je dan met je goede bedoelingen om ‘alles digitaal toegankelijk’ te krijgen: het is dus niet eens het probleem dat de informatie niet gevonden wordt, maar meer dat het niet gelezen wordt. Zij krijgen nl van de uitgevers zelf vaak ook een eigen CD met een rapport erop, en die lezen ze ook niet".
Ook een vorm van 'boeiuh' dus!
Dymphie pleit n.a.v. een tweet van Karolien Selhorst ervoor dat bibliotheken zich niet langer op de content maar op de gebruiker gaan richten. Zij stelt zich in de geest van Annemarie van Essen tot slot de volgende vraag:
"Vergeten we door al dat digitale geweld de gebruikers niet, die niet zo bij-de-tijd zijn, niet zo web2.0 minded, meer van de klassieke stempel, ongeacht hun leeftijd?".
Bij Danniëlle Quadakkers kwam ik n.a.v. deze blogkermis nog een opmerking over de HappeNING tijdens de OCN2008 tegen die ik in deze roundup toch maar even meeneem:
"Daaruit bleek vooral dat er nog heel wat moet gebeuren voordat 1.nullers en 2.nullers elkaar ergens tegenkomen en met elkaar zorgen dat de bibliotheek in haar traditionele vorm niet door de hoeven gaat zakken. Het begin is er, net als de goede wil en de ideeën dus ik heb er het volste vertrouwen dat het goed gaat komen. Toch?".
Kortom op de vraag óf het erg is, hoé erg het allemaal is en wát we daar dan aan zouden moeten doen is het antwoord niet eensluidend.
Op de weblog van Mark Deckers (geen kermisbijdrage trouwens) kon ik lezen dat er eigenlijk reden zou moeten zijn tot blinde paniek in de tent. Zeker een verontrustend stukje hoewel ik m'n twijfels heb bij z'n uitleg van het cijfermateriaal.
De werkelijkheid is trouwens ingewikkeld en vaak ook bedriegelijk dat kun je wel stellen. Als ik de zaterdagse drukte in mijn eigen bibliotheek en ook in de Haarlemse boekhandels zie dan denk ik ook regelmatig "waar lullen we nu eigenlijk over?", het toegenomen aantal doordeweekse doodse stiltes bij bovengenoemde clubs kun je echter niet negeren net zoals je de recente en behoorlijk betrouwbare analyse over de openbare bibliotheken van het CPB niet kunt negeren.
Mijn grootste zorg gaat echter uit naar de medewerkers van bibliotheken. De vele crisisberichten maken de stemming er niet beter op. Ik zie ook om me heen dat al het gehamer op nieuwe competenties en nieuwe diensten niet zozeer motiverend maar juist verlammend lijkt te werken. Over m'n eigen publicaties krijg ik regelmatig te horen dat ze te moeilijk zijn tot volstrekt onbegrijpelijk en dat velen er zelfs niet aan willen beginnen. De vakbladen worden in mijn eigen bieb sporadisch gelezen en de weblogs nog minder. Dat is dus de derde keer 'boeiuh' en drie keer is scheepsrecht. Wat je ook ziet is dat de bibliotheekwereld door die combinatie van crisisstemming en onvoldoende wenkend perspectief terug gaat grijpen op vertrouwde zaken.
Een ontwikkeling die door bekende kopstukken wordt bevestigd. Paul Schnabel pleitte er afgelopen 3 april in zijn presentatie tijdens de conferentie "Verder", nog voor dat openbare bibliotheken zich wellicht beter kunnen concentreren op hun traditionele taak, het lezen. Ook in de recentelijk verschenen VOB publicatie "Back to the Future" komen allerlei kopstukken aan het woord die ervoor pleiten dat openbare bibliotheken zich toch vooral op boeken, lezen en de overdracht van de geschreven cultuur moeten richten. Overigens zijn vrijwel al die kopstukken 50-plussers die zich duidelijk geen raad weten in de moderne mediaverwarring en vervolgens het bekende, het zo vertrouwde omarmen en tot kerntaak benoemen.
Want dat lezen dat hebben we pas de laatste decennia centraal gesteld omdat al die alfageoriënterde bibliotheekmensen in openbare bibliotheken zich met de toenemende informatisering van het vak geen raad wisten.
Kortom, dát de traditionele bibliotheekinstituten door de hoeven dreigen te zakken heeft volgens mij vooral met motivatie te maken. Als je oude missionstatements voortdurend ter discussie staan en een door iedereen onderschreven nieuw alternatief (New Beginnings) ontbreekt dan gaat het fout:
They're lining up for Noah's Ark
They're stabbing each other in the dark
Saluting a flag made of some rich guy's socks
Heading for the finish line
Foto: Jan Tweepuntnul
Lyrics "Finish Line": Lou Reed
6 reacties:
Bedankt Jan, voor je samenvatting.
Pas in een f2f-gesprek realiseerde ik me wat nu de ernst is van het in een neutral zone verkerende beroepsgroep: je wordt onzichtbaar. Bibliotheken zijn geen bibliotheken meer, maar leescafees, en bibliothecarissen worden informatiemedewerker of onderzoeksondersteuner. Waar moet ik straks naar zoeken als ik een leuke baan in een bibliotheek wil?
Mooie samenvatting Jan. Het is me helaas zelf niet meer gelukt om aan de kermis deel te nemen, maar vind het leuk om de reacties van anderen te lezen.
Een leuke vergelijking tussen de reactie van moderne bibliothecarissen en die van jongeren uit het boekje boeiuh. Ik heb toevallig afgelopen week dit boekje gelezen en vond het idd een interssant boekje en herkende sommige zaken wel.
Alleen heb ik niet het idee dat mijn apathische houding ten opzichte van sommige mensen, organisaties en zaken wel zo effectief is. In mijn werk waarbij ik veel werkzaam ben in de Frontoffice loop ik namelijk steeds weer tegen de problemen aan die ik niet zelf kan of mag oplossen en ook gewoon niet kan negeren.
Alhoewel, dit is voor mij een van de grootste redenen geweest om een andere baan te zoeken, wat eigenlijk ook wel weer als vorm van negeren beschouwd kan worden natuurlijk.
@marianne ook onzichtbaar voor elkaar als collega wellicht. jJ kunt het straks natuurlijk nog in een 'ideeënwinkel' proberen:)
@jeroen waarom mag je die problemen dan niet oplossen?
Fraaie samenvatting. Sorry dat ik niet meer heb kunnen bijdragen dan die paar zinnen.
@Jan
Geen tijd, geen geld, geen mankracht, afdeling ICT zegt dat het zo is, PICA kunnen we niets aan veranderen, afdeling GP wil het niet aanpassen, het is nu eenmaal zo afgesproken, dat doen we al jaren, dat kunnen we nu eenmaal niet aanpassen.
Standaard excusses om niet te hoeven/kunnen/moeten veranderen.
En helaas heb ik gemerkt dat informatiespecialist in de praktijk niet een functie is waarin je zaken kunt veranderen...
@Danniëlle je kunt het goedmaken bij de komende kermis van Essen2punt0 :)
@Jeroen herkenbaar! overigens ben ik op dit terrein als manager ook aan de heidenen overgeleverd
Een reactie plaatsen