Gaat bibliotheek 2.0 inderdaad in hoofdzaak over web 2.0?
Gaat bibliotheek 2.0 inderdaad in hoofdzaak over web 2.0? Is de pc straks (of nu al) de belangrijkste link met het publiek? Of is er meer dan online? Liggen er nog vraagstukken open op het gebied van het traditionele bibliotheekwerk? En hoe groot is het aandeel van Happe.ning in de bibliotheekwereld? wat Gerard stelt (en wat ik ook zie) is dat andere tracks minder belicht worden. Maar is dat niet inherent aan de doelgroep van Happe.ning en B2.0? Wie wil reageren of (liever nog) een analyse leveren voor de NVB krant?
Bovenstaande vraag stelt Erik Bouwer van de NVB op de weblog van Gerard Bierens en ik kan het niet laten om bij wijze van 'kleine blogkermis' daar ook een paar regels aan te wijden.
Erik vraagt zich nadrukkelijk af wat het 'traditioneel bibliotheekwerk' nog zou missen. Voor een uitgebreide uiteenzetting over Bibliotheek 2.0 verwijs ik naar de serie artikelen die ik in Bibliotheekblad vanaf nr.18 publiceer en die ik op dit blog met enige vertraging herhaal.
Kort uitgelegd een paar opmerkingen aan de hand van het hierboven weergegeven plaatje uit de brochure 'de Bibliotheek Anders Bekeken'. Dat geeft schematisch weer waar bibliotheken altijd over gegaan zijn: toeganspoort zijn tot kennis en cultuur waarbij de persoonlijke ontwikkeling, het persoonlijke leerproces van mensen centraal staat. De bibliotheek faciliteert dat leerproces door kennis en cultuur toegankelijk te maken en levert daarnaast vanouds de instrumenten én expertise die dat persoonlijk leerproces vergemakkelijken.
Bibliotheek 2.0 stelt net als die traditionele bibliotheek het persoonlijk leerproces centraal maar voegt daar een dimensie aan toe, namelijk de inbreng van de gebruiker en dat kan variëren van het toevoegen van tags en recensies in de catalogus tot daadwerkelijke participatie in beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering en verder is het belangrijk om te vermelden dat Bibliotheek 2.0 gebruikers vooral helpt om zelf te zoeken en om zelf content te creëren en te delen met anderen i.p.v. dat bibliothecarissen dat voor de klanten doen.
Tot zover de theorie want er zijn nog niet zo heel veel praktijkvoorbeelden in Nederland.
Web2.0 applicaties zijn hierin weliswaar een belangrijke uitbreiding en verrijking van het instrumentarium dat gebruikt kan worden door gebruikers voor hun persoonlijke ontwikkeling maar staan volgens mij niet centraal in Bibliotheek 2.0.
In Bibliotheek 2.0 staat de gebruiker werkelijk centraal in die zin dat er consequent vanuit de gebruiker wordt gedacht.
"User-centered libraries breakdown barriers and allow users access wherever they are: home, work, commuting, school, or at the library. This involves users from the get go in planning and launching services based on their needs".
Bovenstaande uitspraak is van Michael Stephens en ik kan het niet beter verwoorden.
En wat betreft de Happe.NING. Clay Shirky beschrijft in zijn boek "Iedereen" de verschillende stadia van samenwerking en hoe dankzij Web 2.0 groepen sneller (dankzij 'absurd' snelle groepsvorming) met elkaar tot samenwerking komen. Shirky noemt collectieve actie de meest moeilijke vorm van samenwerking. De Happening-groep bestaat uit professionals uit alle bibliotheekdisciplines en heeft bewezen dat je zonder enige sturing van bovenaf heel snel dankzij efficiënte collectieve actie een zinvolle activiteit op poten kunt zetten.
De deelnemers van deze groep hebben elkaar dankzij het delen van kennis via Web2.0 applicaties gevonden. Ze communiceren met elkaar via Blogs, Twitter, telefoon en de NING community-applicatie en spreken elkaar van tijd tot tijd in real life, tijdens conferenties of gewoon in een snel geregelde horecagelegenheid.
Hoe het aandeel Happening zich verhoudt tot de totale bibliotheekgemeenschap heb ik geen idee van. Het enige wat ik daarover kan zeggen is dat de groep groeit en een duidelijke voorbeeldfunctie vervult.
Illustratie: VOB
Tags:

0 reacties:
Een reactie plaatsen