woensdag, maart 10, 2010

Verleidende Campagnes en Drempelverlagende Prikkels (IP 2007/6)


Dit artikel schreef ik al weer bijna drie jaar geleden naar aanleiding van de conferentie 'Big Issues in a Small World' voor het tijdschrift Informatieprofessional maar had ik tot op heden niet op dit blog gepubliceerd. Wellicht oude koek maar toch vind ik het wel weer aardig om te zien in hoeverre de branche vooruitgang heeft geboekt kwa marketing sinds 2007.
Het artikel verscheen in het juninummer van Informatieprofessional 2007/6.

Verleidende Campagnes en Drempelverlagende Prikkels
Marketeers uit de bibliotheekwereld kwamen op 27 april j.l. (2007) bijeen op de internationale marketingconferentie 'Big Library Issues in a Small World', georganiseerd door de Vereniging van Openbare Bibliotheken en FOBID. 'Zijn we al excellente culturele ondernemers?' was een van de prangende vragen. 
Jan Klerk maakt de balans op.

Openbare bibliotheken proberen sinds de jaren negentig te veranderen van aanbodsgerichte naar vraaggerichte organisaties. Organisaties die goed kunnen luisteren naar hun leden en hun aanbod op de wensen van de klant kunnen afstemmen. Daarmee kwam er een eind aan het tijdperk waarin de bibliothecaris bepaalde wat goed is voor de klanten en deed marketing z’n intrede in de openbare bibliotheekwereld.

‘Zijn we al excellente culturele ondernemers, in een lange traditie van koopmanschap? Of kunnen we nog iets leren, van elkaar, van het buitenland, in IFLA-verband en van andere sectoren?’ Die vragen kwamen aan bod tijdens de druk bezochte internationale marketingconferentie ‘Big Library Issues in a Small World’ op 27 april j.l. Naast vertegenwoordigers uit de openbare bibliotheekwereld waren er ook enkele vertegenwoordigers van culturele instellingen, de academische wereld en het bedrijfsleven aanwezig. De conferentie, gehouden in Madurodam, is een goed moment om de balans op te maken. Hebben openbare bibliotheken de omslag naar vraaggerichte organisaties inderdaad succesvol doorlopen? Hoewel de presentaties vooral betrekking hadden op openbare bibliotheken, kwamen ook andere bibliotheken zoals de British Library en de Koninklijke Bibliotheek aan bod. Eerst een korte terugblik om het fenomeen marketing in openbare bibliotheken in een breder perspectief te kunnen zetten.

Cultuurpolitieke opdracht bedreigd
In de jaren negentig ontstond bij bibliotheken het bewustzijn dat ze iets aan marketing moesten gaan doen. In 1985 werd namelijk de Wet op de Openbare Bibliotheken opgeheven, waardoor openbare bibliotheken niet langer een rijksverantwoordelijkheid waren maar onder gemeentelijke verantwoordelijkheid vielen. Gemeenten eisen sinds die tijd resultaten die vooral zijn opgehangen aan kwantitatieve indicatoren zoals uitleencijfers en ledenaantallen. Marketing wordt door bibliotheken gezien als hét middel om die cijfers positief te beïnvloeden.

Dat leidde in die jaren tot de introductie van de Product Markt Combinatie (PMC). In een PMC bepaal je op basis van je product, je doelgroepen en je marktgegevens per product-marktcombinatie hoe je de markt wilt veroveren, welke prijsstelling je hanteert, hoe je promotie eruit gaat zien etcetera. In Noord-Holland bijvoorbeeld moesten alle leidinggevenden een PMC-cursus volgen – marketing was eind jaren negentig nog een taak van de directeur of het ‘hoofd’ van de bibliotheek. Het bepalen van PMC’s was een nuttige, maar omslachtige methode. Aangezien er nog weinig echt nieuwe producten en diensten waren, was het voor cursisten demotiverend om via een lange omweg uit te komen bij een product of dienst die je met enig gezond verstand zelf ook had kunnen verzinnen. In die jaren werd ook het rationeel collectiebeleid geïntroduceerd, eveneens een manier om de collectievorming op basis van cijfermatige gebruiksgegevens bij te stellen en zo de klanten beter ter wille te zijn.

Niet iedereen in de sector was in die begintijd overtuigd van het nut en de noodzaak van marketing. Velen zagen het eerder als een bedreiging van de cultuurpolitieke opdracht van de instellingen. De bibliothecaris beschouwde het als een maatschappelijke taak om mensen vooral in aanraking te brengen met hogere cultuur en literatuur, terwijl het merendeel van de klanten kiest voor populaire materialen. Toch is het marketingdenken in de loop der jaren steeds belangrijker geworden: vele bibliotheken hebben nu één of meer met marketing belaste medewerkers in dienst. Dat kunnen omgeschoolde bibliothecarissen zijn, maar ook marketeers met een vakopleiding.

De bibliotheek als winkel
Openbare bibliotheken worden steeds meer met een winkel vergeleken. Die gedachte vind je terug in de inrichting van vooral nieuwe bibliotheken. Professionele bibliotheekinrichters laten zich graag door de retail inspireren. Daardoor zie je in de retail gebruikte marketingtechnieken nu ook in de bibliotheekwereld worden toegepast. Het nieuwe warenhuisconcept van de bibliotheek Almere bijvoorbeeld is geheel op dergelijke marketingstrategieën gebaseerd. Die retailinvloed vind je zelfs terug in de benaming van de ‘Vijf Speerpunten van Bibliotheekvernieuwing’, die sinds 2005 de leidraad vormen voor het vernieuwingsproces bij de openbare bibliotheken. Een daarvan heet letterlijk: ‘De bibliotheek als Warenhuis van Kennis en Informatie’. En daar blijft het niet bij. Het bibliotheekjargon is inmiddels verrijkt met vaktermen als CRM (Customer Relationship Marketing), Direct Marketing, Marktsegmentering en SWOT-analyses.

Marketingtechnieken
Het marketingbeleid van de VOB stond centraal tijdens het middagdeel van de marketingconferentie (zie kader). Stephan de Vilder, marketingfunctionaris bij de VOB, kwam tijdens zijn presentatie met een opmerkelijke constatering: in het bedrijfsleven zou de specifieke marketingfunctionaris al weer aan het verdwijnen zijn. Immers, marketing is zo belangrijk dat iedere manager het tot zijn takenpakket moet rekenen.
In openbare bibliotheken is dat (nog) niet zo. Er komen juist steeds meer marketingfunctionarissen bij.

Hoewel het marketingbewustzijn binnen bibliotheken is verhoogd, heeft dit er niet toe geleid dat bibliotheken meer leden hebben gekregen of meer materialen zijn gaan uitlenen. Integendeel, de laatste vijf jaar laten de meeste organisaties op die gebieden een gestage teruggang zien. Voor de marketeers een reden om er een schepje bovenop te doen. Landelijke campagnes gericht op ledenbehoud als ‘Nederland Leest’ of meer lokale varianten als ‘Wij missen u’ (winnaar van de IFLA Marketing Award) in de OB Spijkenisse zijn daar goede voorbeelden van.

Beide campagnes kwamen aan de orde tijdens de marketingconferentie in Madurodam. ‘Nederland Leest’ werd mooi in een internationaal perspectief gezet dankzij de presentatie ‘Österreich Liest, Treffpunkt Bibliothek’ van Gerard Leitner, Secretaris Generaal bij het ‘Büchereiverband Österreich. Waar naar mijn mening de campagne ‘Nederland Leest’ een product is van Hollandse koopmansgeest en zich vooral richt op het verspreiden van een gratis boek, is voor de Oostenrijkers vooral de invalshoek ‘ontlezing’ erg belangrijk. Onderzoek heeft daar namelijk aangetoond dat de kwaliteit van het Oostenrijks onderwijs zo laag is dat ze naar een negentiende plaats is gezakt op de zogenaamde PISA-ranking.1

Cultureel ondernemerschap
Ondertussen zijn er in het marketingdenken twee sporen ontstaan. Zij die denken dat er nog veel meer uit het traditionele openbare bibliotheekconcept valt te halen en een groep die ervan overtuigd is dat bibliotheken snel nieuwe wegen moeten inslaan om zo nieuwe klantgroepen te trekken. Het hierboven genoemde, door OCW aangestuurde, proces van ‘bibliotheekvernieuwing’ is gericht op schaalvergroting, om daarmee het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten mogelijk te maken. Dat productvernieuwing uitsluitend totstandkomt als er voldoende ondernemerschap in de bibliotheken aanwezig is, wordt branchebreed onderkend. Dat heeft ertoe geleid dat er veel bijeenkomsten worden georganiseerd rondom ‘Cultureel ondernemerschap’. Tijdens deze cursussen is er ruim aandacht voor marketing. Cultureel ondernemerschap heeft te maken met lef, met het vermogen om trends in de samenleving te vertalen in bibliotheekproducten en diensten en met het vermogen om daar zogenaamde SMART-doelstellingen (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) aan te hangen. Eigenschappen die Hans Veen, voormalig directeur OB Eindhoven en nu werkzaam bij Acta-Advies, in z’n IP-Lezing uit 2003 in ‘Zes Lessen’ uitgebreid aan de orde bracht en later als ‘Librarian in Residence’ bij de VOB mocht verdiepen.

Wat te doen met ‘niet’-leden?
Er is nog geen landelijke strategie bepaald om niet-leden de bibliotheek binnen te krijgen. Hoewel vele organisaties schermen met hoge percentages leden, is het grootste deel daarvan onbetaald jeugdlid. Het aantal betalende volwassen leden steekt daar nogal mager bij af. In de meeste gemeenten is slechts 17 à 20 procent van de volwassenen lid van de bibliotheek (‘meelezers’ niet meegerekend). Het valt niet te verwachten dat dankzij speciale campagnes meer volwassen ‘niet-gebruikers’ lid zullen worden. Bovendien doet zich nog een andere zorgwekkende ontwikkeling voor. Traditioneel haken veel jongeren af na hun examen voortgezet onderwijs. Die jongeren keerden meestal terug bij de bibliotheek op het moment dat ze in een gezinssituatie terechtkwamen en kinderen kregen. Hieraan zal waarschijnlijk een einde komen omdat de huidige jongere een volstrekt ander mediagedrag aan het ontwikkelen is, waarbij de openbare bibliotheek in de huidige vorm niet langer nodig ‘lijkt’.

Marketingtrends
Marketeers signaleren niet alleen veel trends. Ook de marketingwereld zelf is aan trends onderhevig. Sinds 2005 wordt er veel gesproken over de ‘Long Tail’-theorie van Chris Anderson die onder meer gaat over ‘nichemarketing’.3 Een andere belangrijke trend is Web 2.0. Web 2.0 gaat over de toenemende macht van de gebruiker als producent van ‘user generated content’, over de nieuwe manieren van communiceren via ‘social communities’ etcetera. Web 2.0 biedt nieuwe kansen en uitdagingen voor marketeers. Ook bibliotheken krijgen te maken met weblogs, wiki’s, podcasts en social networks. De vraag is of en zo ja, hoe deze nieuwe social media kunnen worden ingezet als marketinginstrument.

Een bevestigend antwoord op deze vraag kwam van Jill Finney, Director Strategic Marketing and Communication bij de British Library. De British Library besteedt veel aandacht aan de Web 2.0-ontwikkelingen omdat de huidige wereld volgens Finney een ‘Me-Mediaworld’ is. Klanten zijn geen ‘lezers’ meer, maar ‘Me’, persoonlijkheden. De bibliotheekorganisatie moet daarvan gebruik maken door gebruikers als individu en expert te benaderen. De British Library maakt verder bijzonder veel werk van branding en probeert wereldwijd met spraakmakende BL-activiteiten het nieuws te trekken. Een mooi voorbeeld is de lancering van Windows Vista in de BL naar aanleiding van de digitalisering van de ‘kladschriften’ van Leonardo da Vinci. Microsoftbaas Bill Gates en de British Library hebben beide een exemplaar van Leonardo da Vinci’s kladschriften in bezit. Deze kladschriften, vol met halfuitgewerkte uitvindingen en tekeningen, zijn nu in het kader van de lancering van Windows Vista digitaal online beschikbaar en natuurlijk het beste te bezichtigen op Vista-computers.

Conclusie
Marketing speelt een rol in de openbare bibliotheek, maar nog niet dusdanig dat het tot veel resultaten heeft geleid. De VOB wil de groep klanten van de openbare bibliotheek beter segmenteren zodat een beter inzicht ontstaat in de vraag en behoeftes van de verschillende klantgroepen. Zo kunnen in het kader van klantenbinding beter op klanten afgestemde producten en diensten ontwikkeld worden waarmee men snel aan betrouwbare informatie kan komen. Zo ver is het nog niet. Internationale voorbeelden zoals in het ochtendprogramma werden gepresenteerd kunnen nog zeer van pas komen en internationale uitwisseling zoals IFLA die voor ogen heeft is in die zin zeer gewenst. VOB-directeur Jan Ewout van der Putten merkte in zijn slotwoord op dat het een kwestie van lange adem is voordat marketing succesvol wordt toegepast in openbare bibliotheken. Volgens Van der Putten is er weliswaar de ‘awareness’, maar zijn niet altijd de ‘tools’ aanwezig. Daarmee werd de kern van de dag goed geformuleerd.

[Kader]

Vernieuwen doe je samen met de klant’
De VOB wil in haar marketingbeleid de komende jaren sterk inzetten op klantsegmentering. Stephan de Vilder noemde tijdens de bijeenkomst in Madurodam het voorbeeld ANWB. De ANWB onderscheidt drie klantgroepen die worden omschreven met respectievelijk ‘plezier verzekerd (zorgeloze pleziermakers)’, ‘comfortabel actief (betrokken buitenmensen)’ en ‘ongedwongen ontspanning (rondtrekkende kampeerders)’. Het zijn typeringen die ieder voor een bepaalde klantgroep staan en op basis waarvan de ANWB haar aanbod afstemt. Op vergelijkbare wijze heeft bibliotheek Almere klantgroepen onderscheiden en vertaald in zogenaamde ‘Themawinkels’.
Het ‘Marketingprogramma 2007’ van de VOB richt zich sterk op het uitbouwen van klantkennis, onder andere via het ‘
Mosaic consumentensegmentatiesysteem’. De VOB wil op basis van door Mosaic gegenereerde gegevens een benchmark ontwikkelen. De opgebouwde klantkennis zal vervolgens dienen voor het maken van beleid, het voeren van campagnes, het aangaan van allianties en het doorontwikkelen van bibliotheek.nl. Een citaat uit de VOB-marketingnota ‘Vernieuwen doe je samen met de klant'. Omarm je klant, kies voor de toekomst, dat is het motto van deze nota. En met die klant bedoelen we dan vooral de huidige leden. Je kunt veel energie en tijd steken in innovaties, maar als je intussen je klanten veronachtzaamt waardoor ze je de rug toekeren, voor wie zijn die al die vernieuwingen dan? Wij hanteren het uitgangspunt dat de huidige klanten de basis vormen voor vernieuwingen. Des te beter je er in slaagt je klanten vast te houden, des te steviger is het fundament waarop je als bibliotheek bouwt aan je toekomst.’
[Kader]

Stop met marketing’
De Vereniging van Openbare Bibliotheken is in 2006 het project ‘De Bibliotheek Anders Bekeken’ gestart. In het gelijknamige projectdocument wordt aan de hand van een analyse van belangrijke processen in de samenleving gezocht naar nieuwe vormen van bibliotheekwerk die passen bij de huidige maatschappelijke verschuivingen. Verder wordt er geprobeerd om de essentie van het begrip bibliotheek opnieuw te omschrijven, omdat deze in de ogen van de auteurs nog steeds actueel en relevant is in een moderne samenleving. Een in het kader van het marketingbeleid van de VOB opvallende en zeer prikkelende uitspraak in het document:

‘Stop met marketing. Marketing ziet de bibliotheek als een ‘product’ en uw gebruikers zijn de ‘klanten’. Tegelijkertijd zijn bibliotheekgebruikers vaak heel deskundig op bepaalde deelterreinen of vakspecialisten op specifieke onderwerpen, goede ontwerpers of ideeënleveranciers. Benut dat kennispotentieel en maak van uw klanten leveranciers en co-producenten. Daarmee zet u de wereld van de marketing en die van uzelf op zijn kop.’

Op 21 juni 2007 wordt een nieuwe versie van het document ‘De Bibliotheek Anders Bekeken’ gepresenteerd op een speciale VOB-bijeenkomst voor genodigden in Utrecht.

zaterdag, maart 06, 2010

Vervang je catalogus?: Pivot op herhaling



Eind vorig jaar schreef ik een stukje over Pivot, een innovatief product uit Microsoft's Live Labs. De post leverde trouwens geen enkele reactie op. Pivot structureert of liever gezegd herstructureert dataverzamelingen en als ik het goed interpreteer is het een voorbeeld van wat RWW 'structured data' noemt.

Bij TED verscheen afgelopen woensdag bovenstaand filmpje waarin je in het kort kunt zien hoe Pivot werkt. Ik denk nog steeds dat Pivot een geweldige tool zou kunnen zijn om op een geheel andere manier door je bibliotheekdata én content te browsen. Bijvoorbeeld browsen op alle boekomslagen en die per genre of per jaar uit te sorteren om het maar weer eens over boeken te hebben.
Bij deze een oproep van mijn kant: bibliotheekontsluitingsspecialisten, kijk hier eens naar en laat weten wat je er van vindt. Dit gaat namelijk over collecties!

Reblog this post [with Zemanta]

dinsdag, maart 02, 2010

Ook bibliotheken doen aan Poken


Ik vervolg m'n reeks van nog te posten tijdschriftartikelen met dit artikel over een inmiddels totaal achterhaalde gadget dat eerder verscheen in februari 2009 in Bibliotheekblad 2009/3

Heb jij al een Poken?
Sinds kort ben ik de trotse bezitter van een Poken, het allerhipste gadget op het gebied van digitale identiteitsuitwisseling. Mijn Poken heb ik gekocht via Guus van den Brekel, aka DIGICMB die als fervent Pokenpromotor een doosje had meegenomen naar de laatste MeetNING in Utrecht (zeg maar 2.0 borrel). Heb jij al een Poken?, vraag ik nu steevast als ik in een nieuw gezelschap verkeer. Het antwoord is dan standaard huh, nee, wat is dat? Gelukkig ligt dat virtueel heel anders, daar geldt de wet van de Lange Staart en is groepsvorming rond een nieuw onderwerp zo gepiept. In mijn virtuele vriendenkring gaat het momenteel nergens anders over. Twitter is namelijk al weer zooooo januari 2009. Zoek bijvoorbeeld even bij microblogzoekmachine 'Twingly' op poken en je krijgt een aardig beeld van de huidige drukke discussie over Poken in Nederland. Eerst maar eens een uitleg.

Zwitsers vernuft
De Poken is uitgevonden en gefabriceerd in het land van de Swatch, de kaasfondue, Victorinox en het bankgeheim. Poken is een USB-stick in de vorm van een 'beestje' (keuze uit BijPandaAlien of Voodoo) en voorzien van een plastic handje. Als je nieuwe vrienden ontmoet kun je via de Poken direct contactgegevens én sociale netwerken delen. Voorwaarde natuurlijk dat deze nieuwe vrienden over een geregistreerde Poken beschikken. Dat uitwisselen van gegevens werkt vervolgens heel eenvoudig. Even de handjes van de beide Pokens tegen elkaar houden, de handjes worden groen wanneer de data uitgewisseld zijn. Worden de handjes rood, dan gaat er iets niet helemaal goed. Gewoon later nog een keer proberen. Zodra je Poken online is geregistreerd kun je alle uitgewisselde profielen op Hyves, Facebook, Linkedin van je contacten bekijken. Dankzij de Poken hoef je niet meer de sociale netwerken van een persoon op te zoeken. Wanneer je de USB-stick in de computer stopt, maakt de Poken automatisch contact met de Pokenwebsite en worden je nieuwe contacten opgeslagen. 

Wees verschillig
Weblogger Gerard Bierens merkt in een kritische blogpost van 21 januari terecht op dat er nog een hoop valt af te dingen op het professioneel inzetten van de Poken als serieuze toepassing voor identiteitsuitwisseling. De groep gebruikers is inderdaad nog niet zo groot en, zoals ik boven al beschreef, de kans dat je lokaal in je eigen werkkring iemand met een Poken tegenkomt is nu nog bijzonder klein. Toch is de Poken als technisch en artistiek gepimpt digitaal visitekaartje een belangrijk product en weer een nieuwe stap in de verdere snelle evolutie van identity management. Sinds productief zijn in sociale netwerken aantoonbaar bijdraagt aan je CV, worden professionals immers ook steeds actiever in sociale netwerken. Met de enorme toename van het aantal sociale webapplicaties wordt de behoefte aan het stroomlijnen van profielen en inlogprocedures daarmee ook steeds groter, zoals ook al in het artikel over 'inlogergernissen' van Edwin Mijnsbergen te lezen viel. Poken maakt het managen van Web2.0 profielen in ieder geval een stuk gemakkelijker maar het succes van de gadget hangt sterk af van de hoeveelheid gebruikers. De nu door mij via Poken verzamelde vrienden kende ik natuurlijk al en als dat zo blijft wordt het natuurlijk geen succes. 
Poken in de bieb
Van de positieve kant bezien is de Poken een hele mooie combinatie van fysieke en virtuele sociale contactuitwisseling dat gewoon schreeuwt om ook op andere manieren toegepast te worden. Bijvoorbeeld in een bibliotheek. De onvermoeibaar innovatieve Nicole Giling (van Schoolbieb en dat mooie prijswinnende project met ROC in Zwolle weetjewel) is al een Pokenproject met basisschoolleerlingen gestart in Bibliotheek Zwolle en dat haalde direct de pers zoals o.a. te lezen in onderstaand citaat van Mijn Kind Online:
"Bibliotheek Zwolle heeft de Poken geadopteerd, een nieuwe gadget om digitaal gegevens uit te wisselen. Om te weten te komen of en hoe jongeren Poken gaan gebruiken, start de bibliotheek een proef met tien scholieren van het Thomas a Kempiscollege die hun stage in de bieb uitvoeren. Zij zijn vanaf donderdag a.s. de trotse bezitters van een Poken en kunnen elkaars digitale visitekaartje dan live uitwisselen door te "handshaken" of te Poken".
Poken als pas
Zou je Poken ook een bibliotheekpas kunnen zijn vraag ik me dan direct af. Of zou je de Poken in ieder geval koppelbaar met de Nationale Bibliotheekpas kunnen maken? Prachtig toch als je bibliotheekprofiel ook gekoppeld kan worden aan je sociale netwerkprofielen? Want waarom zou een bibliotheekgebruiker zich niet willen onderscheiden op basis van z'n lees-, luister- en kijkgedrag? En zo'n Poken is toch ook een geweldige gadget om uit te delen aan de cursisten van het 23-Dingentraject? 
Ik ben zelf in ieder geval heel enthousiast en zal de Poken de komende tijd flink gaan promoten. 

Reblog this post [with Zemanta]

Tijd om de koelkast te vervangen


Dit artikel over Augmented Reality verscheen eerder in september 2009 in Bibliotheekblad 2009/18

Koninginnen laten zich niet onbetuigd
Trouwe lezers van de ICT rubriek van Bibliotheekblad hebben de laatste jaren zo'n beetje alle belangrijke trends en ontwikkelingen op het gebied van internet langs zien komen. Maar het houdt niet op. Iedere dag zijn er weer nieuwe ontwikkelingen te melden en met name clubs als Google en Apple overstelpen de markt met nieuwe toepassingen of met nieuwe features binnen bestaande toepassingen. Gek genoeg hoor ik onder collega's nog steeds geluiden dat het allemaal zo hard niet gaat en dat met name bibliotheekklanten niet of nauwelijks gebruik maken of gaan maken van al die handige nieuwe toepassingen. Wie kijkt naar bijvoorbeeld de spectaculaire groei van het aantal breedbandaansluitingen (inmiddels 85% van de huishoudens), gebruik van mobiel internet (inmiddels 30% van de Nederlanders), Hyvesprofielen (meer dan 9 miljoen!), het gebruik van digitale televisie (meer dan 4 miljoen aansluitingen) en platte televisies (83% van de huishoudens), of het aantal netbooks (minilaptops), iPhones en Googlephones in Nederland, weet dat de ontwikkelingen niet aan Nederland voorbijgaan. Bibliotheekklanten mogen dan vooral 'koninginnen' zijn, ook die laten zich niet onbetuigd gezien de zeer succesvolle internetactiviteiten van bijvoorbeeld vrouwenblad Libelle.

Wat is Augmented Reality?
Belangrijk voor het succes van een toepassing zijn de toegevoegde waarde en het gebruiksgemak. Een belangrijke trend in techniek houdt zich letterlijk bezig met toegevoegde waarde: Augmented Reality. Kortgezegd gaat het hierbij om computergegenereerde beelden die dynamisch contextgevoelig toegevoegd worden aan de werkelijkheid waardoor die werkelijkheid beter begrepen kan worden. Het begrip computer moet je hierbij heel breed zien omdat veel concrete ontwikkelingen op dit gebied zich vooral afspelen in de wereld van mobiele telefonie. Met name het door Google voor mobiele telefoons ontwikkelde besturingssysteem Android (dat uitblinkt in gebruiksgemak) leent zich uitermate goed voor AR-toepassingen.

AR uit Nederland: Layar
Leuk om te vermelden is dat vooral Nederlandse bedrijven bijzonder actief zijn en vooroplopen op het gebied van AR. Een mooi voorbeeld hiervan is het open source AR-programma 'Layar'. Layar herkent beelden die de camera van je mobiele telefoon ziet, combineert dat vervolgens met de locatiegegevens (coördinaten, postcodes etc.) die het via je GPS doorkrijgt en voegt daar dan relevante op internet beschikbare informatie aan toe. AR klinkt zo op papier vrij theoretisch en ingewikkeld maar kan in de praktijk simpel in het gebruik zijn. Zoom met de camera van je mobiel in op de gevel van een gebouw en je krijgt alle Wikipedia-informatie erbij. Scan je omgeving en je ziet direct in een dynamische laag over de camerabeelden heen wat er allemaal aan toegevoegde informatie beschikbaar is. Layar kan nog meer. Scan bijvoorbeeld in de supermarkt een barcode van een product en je krijgt prijs- en productinformatie. Het programma Layar is open source en het bedrijfje heeft inmiddels al 500 extra API-sleutels (zeg maar doehetzelf codes) beschikbaar gesteld waarmee programmeurs aan de slag kunnen om zelf AR-lagen te kunnen ontwikkelen voor het programma.
Met Layar zijn we beland in de wereld van Web3.0, oftewel het 'semantische web' waarin slimme apparaten met behulp van nog slimmere software intelligente combinaties kunnen maken van gegevens in de werkelijkheid met data op internet. In de komende jaren kun je een stortvloed van AR toepassingen verwachten voor iPhone en Android-toestellen. De nieuwe Android telefoons van HTC en Samsung zijn in ieder geval al standaard uitgerust met Layar-software.

Klanten zijn steeds beter geïnformeerd

Wat betekent dit allemaal voor bibliotheken? Dat betekent bijvoorbeeld dat de zelfredzaamheid op het gebied van informatiezoeken van mensen steeds groter zal worden. AR is immers weer een nieuwe impuls in de ontwikkeling naar steeds slimmere en vooral ook steeds gebruiksvriendelijkere zoeksystemen. Klanten zullen daardoor steeds beter geïnformeerd winkels en instellingen zoals de bibliotheek binnenstappen. Aan de andere kant wordt het ook steeds gemakkelijker om direct en waar je ook bent handige informatie op te roepen die je helpt om betere keuzes te maken of je simpelweg te laten verrassen.

Bibliotheekmedewerkers moeten zich mee ontwikkelen

Augmented Reality zal bibliotheken de mogelijkheid bieden om klanten slimmer aangepast te attenderen op relevante nieuwe lees- luister- en kijktitels. Dat betekent natuurlijk wel dat bibliotheekmedewerkers mee moeten ontwikkelen. De koninginnen die de bibliotheken straks bezoeken hebben namelijk een iPhone (of zo'n nieuwe elegante Android van Samsung) en zullen graag gebruik maken van speciaal voor koninginnen ontwikkelde applicaties zoals de net door Albert Heijn aangekondigde 'Appie' AH-app voor iPhone.
Kortom het is hoog tijd voor de vervanging van je ‘koelkast’:)

foto: Pretty Maiko Talking On a Cell Phone by Okinawa Soba

Related articles by Zemanta
Reblog this post [with Zemanta]

zondag, februari 28, 2010

Nieuwe website Stadsbibliotheek Haarlem en omstreken

Met ingang van vandaag hebben we een nieuwe website. Het is een radicaal andere website geworden dan de oude versie. De oude website was vooral een digitale informatieve folder met weinig functionaliteit, in de nieuwe site staat functionaliteit centraal. De website is zoveel mogelijk opgezet langs de lijnen die door de branche in het 'Rapport Informatiearchitectuur' zijn vastgesteld. We lopen daarmee, net als eerder bibliotheek Zwolle Zuid, nog enigszins voor de troepen uit, veel van de in het rapport genoemde en gewenste zaken zijn nog niet gerealiseerd en verkeren nu nog in een aanbestedingsfase of een prille ontwikkelfase. Verder is de website conform de nieuwe landelijke huisstijl.

In deze eerste release hebben we ons geconcentreerd op het zo goed mogelijk regelen van de zgn. 'toptaken': zoeken&vinden van titels, reserveren en verlengen. Een voorbeeld: veel van de raadplegingen van de oude website in 2009 ging om verlengingen. Verlengen was omslachtig en dat gaat nu een stuk eenvoudiger. Verlengen kan direct vanaf de homepage en vervolgens ben je automatisch ingelogd op je persoonlijke pagina. 'Single sign on' oftewel 'één keer inloggen', was een belangrijk uitgangspunt en is voor het grootste deel gerealiseerd. Je wilt immers voorkomen dat klanten meerdere keren moeten inloggen.
Even de belangrijkste 'features' van deze release op een rijtje:

  • De website is vrij strak en 'widgetized' opgezet. Dat wil zeggen in verschillende blokjes met van elkaar onderscheiden functionaliteit. 
  • De website is gebouwd in CMS Bart4 'editie Lammechien' van AppSoftware.
  • Single sign on. Tijdens een raadpleegsessie niet opnieuw inloggen als je in Aquabrowser of in de Vubiscatalogus bent geweest. 
  • 'Aquabrowser Library' als belangrijkste ingang voor zoeken.
  • Persoonlijke pagina. Hier kunnen bibliotheekleden aangeven op welke gebieden ze geattendeerd willen worden. Gaat nu nog slechts om attenderingen op nieuwe boeken, cd's en dvd's. Verder kun je je eigen gegevens inzien. Op de persoonlijke pagina kunnen widgets net als op een 'iGoogle'-pagina verplaatst worden over de pagina en weggeklikt worden naar een 'widgetwinkel'. In een later stadium zal de widgetwinkel gevuld gaan worden met widgets, ook van externe partijen. De winkel is gebouwd volgens de 'open social' standaard.
  • Er worden op diverse plaatsen 'carrousels' gebruikt voor het tonen van bibliotheekmaterialen. De carrousels zijn doorbladerbaar. Getoonde titels kunnen op 'mijn lijst' geplaatst worden of direct gereserveerd.

In de huidige release is de rss op nieuws en activiteiten nog niet geactiveerd en er is nog weinig Web2.0-functionaliteit. Dat laatste staat gepland voor de 2e release rond de zomer van dit jaar. Dan willen we bijvoorbeeld dat een aantal belangrijke widgets ook op Hyves of Facebook te plaatsen zijn en 'rate&review' bij bibliotheektitels mogelijk maken. Verder is het wachten natuurlijk op de functionaliteiten die er met bibliotheekvernieuwingsgelden bij diverse bibliotheekorganisaties worden ontwikkeld om straks landelijk te worden uitgerold: mooie en vooral handige widgets, betaalfunctionaliteit, communityfunctionaliteit etc. etc.

Mijn dank is groot aan het team dat is betrokkenen bij de ontwikkeling van de site:
Webmasters Steef Roestenburg en Neeltje Smulders, I&A coördinator Mariejan Wackers, Projectenmanager Maike Lefeber, Commmunicatieadviseur Marieke Remans, Directeur Lotte Sluyser, Webarchitect Wolf Knab, webtekstschrijfster Sandra Blok, Mark Stroeve en z'n team bij App:
Jullie zijn kanjers!

Het wordt een mooi websitejaar.

Kunnen klanten vrienden worden?

Deze post is eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad 2009/10. Bij het fragment over bloggende bibliothecarissen hebben we inmiddels Bieb Blog Vlissingen als best practice. Verder vraag ik me af of de verschuiving van instituut/autoriteit naar gemeenschap/netwerk in de eerste alinea niet meer een gevolg van de voortschrijdende individualisering is. Of is dit weer zo'n typisch geval van incommensurabiliteit:)


Van instituut naar netwerk
In de mooie VOB-brochure 'De Bibliotheek Anders Bekeken' worden vier grote maatschappelijke verschuivingen beschreven die we dagelijks aan den lijve ondervinden. Aan deze vier übertrends ('van productie naar cocreatie', 'van voorschrijven naar toerusten', 'van schaarste naar overvloed', 'van producten naar processen'), zou ik er nog een aan toe willen voegen: de 'verschuiving van instituten naar netwerken/gemeenschappen'. Want als er iets ter discussie staat is het wel de waarde van instituten en autoriteiten. De grote kredietcrisis is hier het beste voorbeeld van": Overheden, banken, de politiek, gerenommeerde toezichthouders, financiële adviseurs etc. hebben hier allemaal jammerlijk gefaald en de wereld in een financiële krisis gestort waarvan de bodem nog niet in zicht is. In de afgelopen jaren zijn er meer gerenommeerde instituten en bedrijven ter discussie gesteld, ten onder gegaan of opgegaan in gezichtsloze wereldbedrijven (denk bijvoorbeeld aan Postkantoor en PTT). De financiële crisis is het voorlopig hoogtepunt in wat je toch vooral een vertrouwenscrisis kunt noemen. Mensen zien steeds minder redenen om te vertrouwen in de vertrouwde autoriteiten en zoeken andere manieren om zich te laten adviseren. Een belangrijke rol speelt hierin het sociale netwerk. Advies van familie, vrienden en buren werd altijd al belangrijk gevonden maar dankzij Web2.0 is de kracht van sociale netwerken enorm toegenomen. Vrienden en gelijkgestemden kunnen elkaar gemakkelijker vinden dan ooit en geografische belemmeringen spelen daar geen enkele rol meer in. Mensen hebben steeds minder behoefte aan instituten en proberen deze te vermijden.

De bibliothecaris als vriend
Ook openbare bibliotheken zijn instituten. Instituten die zich ook altijd als instituut gedragen hebben. Veel regelgeving en procedures, het onvermijdelijke bordje met alles wat niet mag prominent bij de ingang, we zullen dat allemaal herkennen. Je kunt dus rustig stellen dat ook het vertrouwen van bibliotheekgebruikers in hun bibliotheken niet langer vanzelfsprekend is. Kortom het is van belang dat bibliotheken deze trend herkennen en daar iets mee gaan doen. De vraag is kunnen bibliotheken wel veranderen van een statische mediadealer met klanten in een levende community van experts en vrienden? Kunnen bibliotheekmedewerkers een vertrouwensband creeëren met bibliotheekgebruikers? Kunnen klanten van de bibliotheek überhaupt vrienden worden? Niet échte vrienden of vrienden zoals de 'Vrienden van de Opera' of de 'Vrienden van het Frans Hals Museum', maar vrienden zoals vrienden in een sociaal netwerk. En kunnen bibliotheekmedewerkers zich binnen zo'n sociaal netwerk opstellen als deskundige vriend onder vrienden? Dit vereist van medewerkers een proactieve én open opstelling en dat zijn mentale vaardigheden die voor veel bibliothecarissen nog niet zo vanzelfsprekend zijn. De cursus '23Dingen' speelt in ieder geval goed op deze gewenste mentaliteitsverandering in.

Tools ter bevordering van 'participatore interactie'
Ik gebruik regelmatig een citaat van de Amerikaanse bibliotheekinnovator Michael Casey: 'Participatory service and change are the heart of Library 2.0, and technology is a tool that can help us get there'. Dit citaat helpt me altijd weer om de vernieuwing en verandering die ik zelf graag in de bibliotheek wil doorvoeren in het juiste perspectief te zien. Kortom welke tools zijn er nu beschikbaar om de 'participatore interactie' van bibliothecarissen met bibliotheekgebruikers te bevorderen:


  • Maak gebruik van Facebook of Hyves. Inmiddels hebben een aantal bibliotheken een spot aangemaakt op Hyves of een pagina in Facebook. Bibliotheken tonen zich daar nog erg 'institutioneel' maar er zijn ook al pagina's waar de bibliotheek een zeer persoonlijk gezicht trekt. Een mooi voorbeeld vind ik de Facebookpagina van Bibliotheek Maaseik in Vlaanderen. Bibliotheekpagina's in sociale netwerken gaan natuurlijk pas echt goed werken als alle digitale diensten van de bibliotheek functioneel geïntegreerd worden met het sociale netwerk. Kortom als je ook kunt reserveren, verlengen, inschrijven op activiteiten etc. op de Hyves- of Facebookpagina. 
  • Maak Windows Live Messenger accounts aan voor je experts en ga chatten met je publiek. Ik weet dat DOK dat in ieder geval doet met jeugdleden. 
  • Maak een bibliotheekweblog waar de experts van de bibliotheek hun kennis kunnen delen met klanten en stel deze blog ook open voor bijdragen van klanten. De meeste bibliotheekweblogs die ik ken zijn vooral bedoeld om kennis met vakgenoten te delen. Hans van Velsen, directeur van OBA, blogt voor klanten op de bibliotheekwebsite maar staat helaas geen reacties van klanten toe. Op ons eigen 'Biebsounds' in Haarlem bloggen drie muziekbibliothecarissen onder hun eigen naam. Daar slagen we er tot op heden nog niet in om de conversatie met het publiek tot stand te brengen. Aan de ene kant een marketingprobleem denk ik. Aan de andere kant speelt hier de 1%-wet op sociale netwerken een rol. Het schijnt een wetmatigheid te zijn dat per 100 gebruikers op een sociaal netwerk slechts 1% actief content toevoegt, 9% actief reageert en de rest slechts berichten volgt. Kwestie van volhouden dus! 
  • Plaats een 'Friend Connect'-widget op je bibliotheekwebsite. Na uitgebreid zoeken op internet ben ik eigenlijk nog geen enkele bibliotheek tegengekomen die deze applicatie op de bibliotheekwebsite heeft geïntegreerd. Friend Connect is een applicatie van Google waarmee je een community rondom je eigen site kunt opbouwen. Friend Connect integreert met de Yahoo-, Google-, AIM- en Open Identityaccounts. Het zou natuurlijk nog mooier zijn als het op een gegeven moment geïntegreerd kan worden met de account van je Nationale Bibliotheekkaart! Een voorbeeld van Friend Connect vind je in de rechterkolom op deze weblog.
Het beste voorbeeld van een expert/lekennetwerk is toch weer Librarything. Librarything mag dan particulier initiatief zijn, hier vind je wel bibliothecarissen én gewone boekenliefhebbers die uitgebreid converseren en kennis delen. Jaap van de Geer van DOK suggereerde al eens om Tim Spalding van Librarything de nieuwe landelijke 'landingpage' www.mijnbibliotheek.nl te laten bouwen. Wellicht is dat toch niet zo'n gek idee. Kortom er zijn tools genoeg, de echte conversatie tussen bibliothecarissen en hun klanten/vrienden moet weliswaar nog beginnen maar het begin is er zeker.

Illustratie: Friend Connect weergave op een website nadat je aangemeld bent bij Friend Connect.
Reblog this post [with Zemanta]

zaterdag, februari 27, 2010

Twitter als filter


Deze bijdrage verscheen eerder in Bibliotheekblad 2009/24
Twitter als filter
De ontwikkelaars van Twitter hebben in de afgelopen periode een aantal wijzigingen doorgevoerd die de applicatie nog interessanter hebben gemaakt. Wat veel mensen zich niet realiseren is dat Twitter een filter is in de informatieovervloed. Ik citeer hier nog maar eens Clay Shirky: "it's not information overload, it's filter failure". Daarmee gaf hij aan dat het een beetje onzin is om het over 'information overload' te hebben in tijden van overvloed. Die informatieovervloed gaat namelijk nooit meer over. Hij stelt dat mensen vooral last hebben van hun onvermogen om informatie te filteren. Ik durf hier rustig te stellen dat het vermogen om informatie te filteren de belangrijkste aan te leren vaardigheid is binnen het verschijnsel 'mediawijsheid'.
Houd de touwtjes in handen!
Hoe werkt dat filteren bij Twitter. Ten eerste bepaal je helemaal zelf welke 'tweeps' je het meest interessant vindt om te volgen en bepaal je ook zelf welke tweeps jou mogen volgen. Hier heb je volledig de touwtjes in handen! Dat betekent dat je ook zelf het aantal binnenstromende berichten bepaalt en kanaliseert.
Twitter kun je wat mij betreft het beste gebruiken binnen het kader van een 'Twitter client', dat is een aparte applicatie waarmee je het gebruik van Twitter nog veel beter aan je persoonlijke voorkeuren kunt aanpassen. De belangrijkste Twitterclients die je kunt gebruiken zijn 'Tweetdeck' en 'Seesmic'. Die clients zijn er niet alleen als echte downloadbare applicaties voor je computer maar zijn in het geval van Seemic ook bruikbaar als online webservice. De online versie van Seesmic, 'Seesmic Web', vind ik persoonlijk de mooier dan de standalone clientversie omdat deze de nieuwste verbetering binnen Twitter, 'lijsten', het beste ondersteunt.
Zelf lijsten maken
Je kunt sinds begin november zelf lijsten maken waarin je de tweeps die je graag volgt kunt onderbrengen. Dat kun je bijvoorbeeld doen op thema of op taal of op menstype, wat je maar wilt, echt bibliothecarissenwerk dus. Ik vind dit een essentiële verbetering. Twitter gaat namelijk over 'Real Time' informatie, je leest berichtjes die enkele seconden geleden zijn gepost. Hoe meer tweeps je volgt hoe meer berichten je binnen krijgt en hoe meer interessante berichten je mist. Dat gevoel informatie te missen kan je onverschillig maken. Veel mensen, waaronder veel vakgenoten, keren al die vernieuwingen en verbeteringen de rug toe omdat ze het niet kunnen bijbenen. Maar slim filteren geeft je het gevoel van controle terug. De twitterclient 'Tweetdeck' bijvoorbeeld geeft je beperkte controle op de twitterstroom. In Tweetdeck kun je categorieën aanmaken in een kolommenstructuur maar als je meer dan 5 kolommen maakt loopt het weer van je scherm af. Tweetdeck is clientsoftware dus je moet op iedere pc waar je Tweetdeck gebruikt opnieuw die categoriën aanmaken (sinds kort kun je wel kolommen synchroniseren tussen verschillende pc's). Verder kun je met Tweetdeck uitsluitend de laatst geposte berichten lezen omdat er een beperking zit op het aantal binnen Tweetdeck binnen te halen berichten. Dankzij de nieuwe 'Twitter Lijsten' kun je op je homepage van Twitter zelf online twintig op thema gesorteerde categorieën in lijsten aanmaken. Je kunt deze lijsten vervolgens ook openbaar delen met andere tweeps. Die openbare lijsten vind je terug in de rechterkolom van je Twitter homepage onder het kopje 'lists'. De meest actieve tweeps maken vaak de meest relevante lijsten. Je kunt die lijsten dankbaar plunderen of ze gewoon als lijst toevoegen aan je eigen verzameling lijsten.
Benut je lijsten nog beter met Seesmic Web
De beste ondersteuning voor deze lijsten biedt momenteel 'Seesmic Web', een online Twitter webservice. Dankzij Seesmic Web kan ik te allen tijde overal waar ik online ben mijn lijsten op dezelfde manier gebruiken. Ik heb bijvoorbeeld een lijst 'Tweepuntnullers' aangemaakt. Dat zijn de collega's overal in den lande die het liefste volg. Als ik op deze lijst klik dan kan ik al hun berichten lezen, ook terug in de tijd, en hoef ik niets meer te missen. Dat geeft me een heerlijk gevoel van controle:) Binnen Tweetdeck kan ik ook optimaal gebruik maken van 'Search Twitter' de zoekfunctie binnen Twitter. Je kunt meerdere zoekopdrachten als 'alerts' naast elkaar uitzetten waarmee je de twitterstroom nog eens verfijnder kunt filteren. Als je deze functionaliteiten goed beheerst dan krijg je iedere dag een op maat gesorteerd pakketje informatie binnen en kun je de actualiteit op een voor jou relevante en betekenisvolle manier op de voet volgen.
Persoonlijk advies dankzij Twitter
Twitter is verder natuurlijk een 'social recommendation tool' in optima forma. Dankzij Twitter krijg ik persoonlijk advies van de mensen die ik het meest vertrouw. Boektitels, goede muziek en films, eetsuggesties, uitgaanssuggesties, de beste restaurants, reisbestemmingen, hotels, vliegmaatschappijen etc. meer dan ik aankan. Als ik via Twitter een vraag stel krijg ik razendsnel antwoord van iemand die ik 'ken' en vertrouw. Bibliotheken hoeven niet te concurreren met Twitter maar kunnen wel gebruik maken van Twitter. Kortom bibliothecarissen, wordt actief binnen twitter en ga op basis van jouw specifieke deskundighed en vooral ook als als mens de conversatie aan met andere twittergebruikers. Ga niet op een anonieme manier als instituut berichten uitzenden zoals ik zoveel bibliotheken op Twitter nog steeds zie doen. Dat is niet zo interessant voor volgers. Tweet vooral als mens, reageer op en 'retweet' andere tweets van collega's of gewoon van mensen die je aanspreken. Optimaal gebruik van Twitter verdiept je professionaliteit en maakt je een rijker en socialer mens.
Foto: Jump by Shaymus022
Related articles by Zemanta
Reblog this post [with Zemanta]

(Geen) Tijd voor het nieuwe lezen, kijken en luisteren


Ik loop hopeloos achter met het posten van de artikelen die ik voor tijdschriften schrijf. Hier de bijdrage aan de ICT rubriek van Bibliotheekblad 2010 nr.2:

(Geen) Tijd voor het nieuwe lezen, kijken en luisteren
Tijd wordt steeds belangrijker. Het laatste SCP rapport over tijdsbesteding uit 2006 'De Tijd als Spiegel' gaf al aan dat de hoeveelheid beschikbare vrije tijd (33% van de 24 uur p/d) van Nederlanders sterk onder druk staat. Tegelijkertijd zie je dat het aantal mogelijkheden om die vrije tijd te benutten steeds groter wordt. Met name bij de media is dat overduidelijk: de consument van 2010 leeft in een 'medialuilekkerland'. Consumenten besteden meer dan de helft van hun vrije tijd aan media. In een hevige concurrentieslag om de schaarse vrije tijd vernieuwen media zichzelf daarom voortdurend. 
Het nieuwe luisteren: Van fysieke naar virtuele collecties 
Vernieuwing van het luisteren is natuurlijk al decennia aan de gang. Muziek kopiëren voor persoonlijke doeleinden doen we al minstens 40 jaar en de laatste jaren is mobiel luisteren dankzij de iPod helemaal mainstream geworden. Maar al dat gekopieer en gedownload is natuurlijk zeer tijdrovend! Volgens trendwatchers verplaatst het luisteren zich daarom naar 'the cloud': muziek bezit je niet langer zelf maar roep je op via streaming webservices. En streaming luisteren wordt mainstream! Dankzij online muziekdiensten als bijvoorbeeld LastFM en Spotify (de laatste helaas nog niet in Nederland) is het niet langer nodig om cd's te kopen en te 'rippen' of muziek te downloaden. Het meest interessant zijn de betaalde muziekdiensten. Je betaalt een klein vast bedrag per maand en je kunt vervolgens overal en op ieder gewenst tijdstip je eigen muzieksmaak beluisteren op computer, laptop of mobiel. In het geval van Spotify bouw je een heuse virtuele verzameling op die je altijd online, ook mobiel, tot je beschikking hebt. Voor de onpartijdige consument wordt het steeds leuker: er is nog nooit zoveel muziek beschikbaar geweest als nu en diensten als LastFM bieden een heel opwindende vorm van keuzerijkdom.
Het nieuwe kijken: kijken wanneer het jou uitkomt 
Ook het kijken vernieuwt voortdurend. Volgens Mediaonderzoek kijken steeds meer mensen dankzij digitale televisie 'uitgesteld'. Verder zie je in bijna alle huishoudens de supergrote flatscreen televisies hun intrede doen. In 2008 werden er weer 12% meer televisietoestellen verkocht dan in het jaar daarvoor. En wat te denken van YouTube. In 2008 werd er 500% meer naar nieuws op Youtube gekeken dan het jaar daarvoor en Youtubefilmpjes kijken op je mobiel wordt ook volstrekt normaal. Kortom, 'beeld' wordt steeds populairder en gewoon televisie kijken (zie recentelijk gedaan onderzoek van SPOT) is nog altijd goed voor gemiddeld ruim 10 uur per week per Ned erlander. Recent onderzoek van Forrester laat zien dat dit gook eldt ook voor jongeren tussen 12 en 17 jaar hoewel deze er meestal gelijktijdig nog iets anders bij doen. Volgens een recent artikel in de New York Times wordt televisiekijken ook steeds socialer. Dankzij 'uitgesteld kijken' kunnen kijkers over de hele aardbol gelijktijdig naar hun favoriete shows kijken en ondertussen via Twitter en Facebook hun ervaringen uitwisselen. En het houdt niet op: in 2010 wordt een begin gemaakt met '3D televisie' en 3D is sinds de qua beleving zeer rijke film 'Avatar' helemaal hot. Het zijn ook mooie tijden voor de kijker.
Het nieuwe lezen: met je eigen boekencollectie op stap 
Sinds afgelopen jaar is er dankzij Amazon.com en Bol.com veel aandacht voor eBooks en eReaders. Sommigen hebben het over een heuse doorbraak van het 'Nieuwe Lezen' en veel consumenten vonden op vijf december zelfs een eReader in hun schoen. Ook hier hebben de grote aanbieders een enorme voorsprong op bibliotheken. Amazon biedt consumenten met de combinatie van eigen reader, grote via wifi toegankelijke collectie, lage prijzen en zeer uitgekiende persoonlijke attendering een integrale rijke ervaring aan. Het is verder natuurlijk leuk dat je in de nabije toekomst je hele boekencollectie in één apparaatje mee kan torsen.


En wat is de moraal van dit verhaal? Je kunt tegenwoordig alleen succesvol zijn als je er in slaagt om een aantoonbare bijdrage te leveren aan efficiëntere tijdsbesteding en verbeterde beleving van de consument. Media moeten direct kunnen worden opgeroepen en 'anytime en anywhere' kunnen worden genoten. Ik hoop dat de ontwikkelaars bij Bibliotheek.nl dat vooral in het oog blijven houden. Lezen ‘in the cloud’ wordt de volgende stap, gewoon via een reader-'app' op je iPhone, 'Googlephone' en nog beter, op je 'tablet'. Het nieuwe lezen blijft zich nog wel even vernieuwen. Een boot die niet door bibliotheken gemist mag worden!


Foto: Kindle or Sony? by Wolfiewolf

vrijdag, februari 19, 2010

Het Vervolgverhaal van de Toekomst #vvdt


Wie vertelt nou eigenlijk het verhaal van de toekomst van bibliotheken? Deze vraag bleef nog een tijdje na de Biebwatch van afgelopen dinsdag rondspoken door m'n hoofd. Ik was kritisch over die dag en dat werd lang niet door iedereen begrepen. Maar omdat men in overgrote meerderheid positief over het programma was betekent dat nog niet dat ik automatisch mee sta te juichen. Daar is meer voor nodig dan een combinatie van mooie locatie, lekkere broodjes, veelbelovend programma en bijzonder aardige mensen.

Tijdens bovengenoemde bijeenkomst vertelden boekhandel, uitgeverij, communicatiebureau, museum, Probiblio en Felix Rottenberg ieder hun versie van het soms gedroomde verhaal van de toekomst van bibliotheken en ik vertel op deze weblog regelmatig mijn versie van dat verhaal. Maar het moet mij van het hart dat ik persoonlijk niet zo veel waarde hecht aan verhalen van mensen die per jaar meer dan € 2500,- uitgeven aan boeken. Ik ben veel meer geïnteresseerd in de verhalen van de amorfe massa van ruim 12 miljoen mensen die geen gebruik (meer) maken van de bibliotheek en die voor een flink deel geen cent kunnen uitgeven aan boeken. Laten we daar eens een conferentie aan wijden.

De belangrijkste verhalen over de toekomst van bibliotheken worden wat mij betreft verteld door bibliotheekgebruikers, niet gebruikers en de subsidiegevers van de bibliotheken. Die verhalen zullen zeer uiteenlopend zijn, wisselend van kwaliteit en soms vooral ook heel erg kort. Maar deze vaak verborgen verhalen moeten wel voor het voetlicht gebracht worden en doorverteld en leidend zijn voor het actieprogramma van bibliotheken. Vervolgens kun je als bibliotheek best interventies plegen met een mooi verpakte identiteit. Maar wel vervolgens dus.

Ik heb op dit blog vaker verkondigd dat ik de manier waarop bibliotheken onderzoek laten doen naar gebruikers en niet gebruikers erg afstandelijk vind. Er wordt veelvuldig kwantitatief onderzoek gedaan, de cijfers worden geanalyseerd maar waar vindt diepgaander kwalitatief onderzoek plaats? Waar komen de gebruikers en niet gebruikers werkelijk aan het woord? Ik vind het aantal voorbeelden in het land waar bibliotheken open communiceren met gebruikers nog erg klein. Ik vind ook het aantal bibliotheken dat gebruikers betrekt bij de ontwikkeling van producten en diensten te gering. En met alle bijzonder lovenswaardige centraal gestuurde innovaties die zijn ontstaan dankzij de 'Agenda van de Toekomst' lopen we wel het risico nog meer aanbodsgericht bezig te zijn.

Maar goed, de klant heeft altijd gelijk verkondigde Sander Knol van Uitgeverij Meulenhoff afgelopen dinsdag al. Ik ben erg benieuwd welke toekomstverhalen en van wie uiteindelijk waar gebeurd blijken te zijn.

Foto door iMorpheus

woensdag, februari 17, 2010

Het Verhaal van de Toekomst #vvdt

De 'Biebwatch' bijeenkomst 'Het Verhaal van de Toekomst' vond gisteren plaats in het Muziekgebouw aan het IJ: een prachtig gebouw op een prachtige plek. Probiblio had de vele aanwezigen "een spannende thriller over collectiebeleid, digitalisering en marketing" in het vooruitzicht gesteld waarbij de "identiteit de hoofdpersoon was". De inhoud van het programma citeer ik hier maar even volledig:
 
"Bent u klaar voor de toekomst? En hoe ziet uw collectie er dan uit? De identiteit van uw bibliotheek bepaalt de inhoud van uw 'kasten'. Maar die identiteit, of wat u wilt zijn en voor wie, bepaalt u zelf. Het is dus van groot belang om te anticiperen op de wereld waarin uw bibliotheek zich bevindt. 
'Het verhaal van de toekomst' gaat het over het wezen van de bibliotheek. Aan de hand van voorbeelden, trends en toekomstschetsen op het gebied van collectiebeleid, digitalisering en marketing zetten we u aan het denken over het verhaal dat uw collectie straks vertelt.
Met dagvoorzitter Felix Rottenberg reist u terug naar de kernvragen van elke bibliotheek:
Wat is uw identiteit (wat wilt u zijn)? En hoe combineert u daarbij de belangen van een duurzaam cultureel en informatief collectiebeleid (maatschappelijke doelstelling), aansluiting bij de ontwikkelingen in de mediawereld (digitalisering), en aansluiting bij het publiek (marketing)? In een vervolgsessie krijgt u handvatten om dit verhaal daadwerkelijk vorm te geven. Daarbij kijken we naar de overlap van passie, prestatie en power: Wat roept uw hartstocht op? Waarin bent u het allerbeste? En op welke brandstof loopt uw economische motor?"

Dagvoorzitter Felix Rottenberg is weliswaar een vlot sprekende maar vooral een erg dominante dagvoorzitter. Uit de interactie van Rottenberg met de sprekers en de zaal sprak de nodige randstedelijke arrogantie. Zijn visie op bibliotheekwerk is vooral gestoeld op de ouderwets sociaal democratische gedachte van volksverheffing. Het volk dient literatuur vooral door de strot gedouwd te worden wat later treffend in een cartoon van striptekenaar van de dag Peter Koch werd verbeeld. Dit was kortom een dag die werd bepaald door hoog intellectuele mensen die de bibliotheek vooral zien als een cultuurtempel maar eigenlijk geen idee hebben waar 'gewone' mensen in de praktijk mee bezig zijn. 
De dag zou aanvankelijk worden afgetrapt door Hans Brandt van communicatiebureau 'Total Identity'. Hij liet het verhaal echter over aan secondante, 'advisor', Caro van Dijk die mij de indruk gaf dat ze nog nooit in een bibliotheek was geweest. Het werd een wat droog theoretisch college over de relatie tussen 'merk' en 'identiteit'. Ze stelde dat organisaties tijdig, en het liefst vóór het hoogtepunt, een nieuw paradigma moeten kiezen en vervolgens een tweesporenbeleid moeten voeren waar het 'uitmelken' van het bestaande paradigma moet worden gekoppeld aan een stevig innovatieprogramma dat de 'gap' naar het nieuwe paradigma moet overbruggen. Helemaal waar natuurlijk. Probleem is echter dat het hoogtepunt van openbare bibliotheken zich ergens rond 1995 afspeelde. Die 'gap' is dus een flinke.

Van Dijk somde de huidige trends op en formuleerde voor de aanwezigen drie modellen waarmee de bibliotheken kunnen overleven in een tijd waar 'glocal networking' steeds meer centraal komt te staan. Van de drie modellen, de huidige 'basisvoorziening gebaseerd op toegang tot en beheer van collecties', de geretailde 'supermarkt van de informatiemaatschappij' en de zin- en betekenisgevende 'smart agent' vond van Dijk de laatste de meest kansrijke. Van Dijk stelde dat de experts van de bibliotheek als 'Bibliothecaris 2.0' in een één-op-één relatie het permanente gesprek met klanten moeten aangaan. Ben ik het mee eens. Ik vraag me dan alleen in alle eerlijkheid af hoeveel werkelijke 'experts' er nog over zijn in onze branche?

Dimitri v/d Berg, hoofd marketing en sales van Museum van de Psychiatrie 'Het Dolhuys' uit Haarlem vertelde een aansprekend verhaal van hoe je jezelf als kleine organisatie toch op de kaart kunt zetten. Dolhuys is het DOK van de museumwereld dat met een klein team voortdurend op een positieve manier de aandacht weet te trekken. V/d Berg gaf inderdaad aan permanent in gesprek te zijn met klanten maar vooral ook met de baliemedewerkers die volgens hem als klantdeskundigen bij uitstek een cruciale rol vervullen in zijn instelling. Deze laatste vaststelling sloot mooi aan bij het vorige betoog.

Meulenhoff-directeur Sander Knol , duidelijk een vriend van Rottenberg, was vooral de elitaire randstedelijke cultuurman die goed weergaf hoe literaire uitgeverijen aan het worstelen zijn met een wereld waar iedereen schrijver, boekverkoper en uitgever kan zijn. Hij constateerde een toenemende accent op populaire titels. Neem daarbij de tot nog slechts drie maanden verkorte levenscyclus van een boek en je kunt zien dat het steeds ingewikkelder wordt om minder populaire titels rendabel uit te geven. Rondom de toekomst van het boekenvak en de bibliotheek formuleerde Knol veel vragen maar ook hij had weinig antwoorden. Worden er eigenlijk wel lessen getrokken uit de dramatische teloorgang van de uitgeverijen in de muziekindustrie? Kan de auteur een vergelijkbare rol nemen als de muziekartiest? Uiteindelijk vroeg hij zich af of bibliotheken partners of concurrenten zijn van de uitgeverij. Dit omdat bibliotheken zich vooral positioneren in de wereld van 'gratis' terwijl uitgevers gewoon moeten verdienen om het hoofd boven water te kunnen houden. De 'merkessentie' van Meulenhoff, 'opening the world', doet in ieder geval sterk denken aan die van bibliotheken. Knol sprak uit dat 'de klant altijd gelijk krijgt'. Maar over diezelfde klant gesproken: wil deze bijvoorbeeld wel een vaste boekenprijs? Klanten willen toch vooral de laagste prijs?

Dat ook boekhandels stevig aan het tobben zijn over de toekomst gaf Libris-directeur Caroline van Damwijk weer. In dit verhaal stond 'rendement' centraal. De boekhandel doet het 'dun in de broek' door de snelle groei van Bol.com. Gaat de fysieke boekhandel het redden bij al het BOL-geweld? Kunnen boekhandels een rol nemen met e-books en e-readers of zijn ze veroordeeld tot het p-book? Ook Damwijk is een verklaard voorstander van de vaste boekenprijs. Beiden zijn bevreesd voor het Britse scenario waar de boekenmarkt sinds het loslaten van de prijzen wordt bepaald door supermarkten en benzinestations. Als de klant gelijk zou gaan krijgen ligt de toekomst van het boek ook hier dus in de handen van de benzinestations. Of gaat het net als in Vlaanderen? Daar ziet de situatie er zonder vaste boekenprijs een stuk gunstiger uit. 
Bibliotheken hebben in de ogen van Damwijk vooral een les te leren wat betreft het bereiken van optimaal rendement. 

Ook 'stratoloog' Pim van den Berg is duidelijk een vriend van Rottenberg. Beide heren koketteren met hun buikjes, hun kosmopolitische lifestyle, hun spit en de vermogens (meer dan 2500 euro!) die ze per jaar aan boeken uitgeven. Ik werd daar persoonlijk wat misselijk van. Pim van den Berg doet een imposant kunstje waarbij hij vrij associërend de aanwezigen door zijn digitale fotoverzameling leidt. Van de Berg verkoopt zijn scherpe blik en zijn uitmuntende gehoor tegen forse bedragen. Het is mooi als je je geld kunt verdienen aan foto's maken en verhalen vertellen over wat je zoal gezien hebt. Kijk vooral goed om je heen is het devies van van den Berg. Let op het effect van schoonheid (van bijvoorbeeld bibliotheekarchitectuur) op individuen. Zijn pleidooi voor de menselijkheid en het unieke van al die indivuen op straat sprak mij in ieder geval wel aan.

In het slotinterview met interim directeur Sectorinstituut Bart Drenth ging het over de teloorgang van de bibliotheekopleiding en werd er gepleit voor een nieuwe vaklopleiding. Maar had dat steeds maar veranderen van de bibliotheekopleiding in de afgelopen decennia ook vooral niet te maken met de sterk teruglopende instroom van studenten? En hoe zit het met het imago van het vak? Wordt dat vak niet pas interessanter als er ook een redelijk salaris wordt verdiend? Bij een hoogcompetente medewerker werkzaam in een eigentijdse zeer gewaardeerde instelling hoort immers een bijpassend salaris. 

Al met al een dag waar ik niet goed mee uit de voeten kon, iets wat natuurlijk ook aan mij kan liggen. Als het ongemakkelijke gevoel er eenmaal is ingeslopen valt het niet mee de knop weer om te zetten. M'n ongemakkelijke gevoel over de presentaties lag denk ik ook aan het framework van de dag. Ergens in de voorbereiding van deze dag met Rottenberg zijn niet alleen de klanten zoekgeraakt maar is ook het realiteitsbesef verdwenen. Waarom zijn steeds minder volwassenen lid van de bibliotheek? Waarom vinden kinderen en jongeren de bieb nauwelijks nog interessant? Waarom zijn er geen studenten meer die een bibliotheekopleiding willen doen? Die vragen los je niet alleen op met merkbeleid, identiteitsversteviging en het verhogen van rendement. Die zoektocht zul je toch echt samen met gebruikers en de niet gebruikers van de bibliotheek moeten ondernemen.